Voorjaarswandeling Huys ten Donck

Een beschreven rondwandeling

Aart van Dragt

Het park van Huys ten Donck is voor velen van zeer grote waarde. Er wordt voortdurend onderzoek gedaan i.v.m. haar grote biologische rijkdom. Houd daar als bezoeker rekening mee! Om het landgoed te mogen betreden is een wandelkaart nodig.
Zo komt u aan een wandelkaart

Voor de artikeltjes staan nummers die verwijzen naar een plaats op de plattegrond onder aan dit artikel.

Geschiedenis

htdnarcissen

Huys ten Donck ontleent zijn naam aan een verhoging in het landschap. Zo’n natuurlijke verhoging in de polder werd een donk genoemd. Na de tweede inpoldering in 1441 werd er een boerderij gebouwd. In 1544 werd deze gekocht door Arent Brouwer, een rijke koopman uit Dordrecht. Hij liet er waarschijnlijk een herenkamer aanbouwen en het geheel diende als buitenplaats voor de zomermaanden. Vermoedelijk aangedikte verhalen hebben het over een kasteel met vier hoektorens dat in 1575 door de spanjaarden zou zijn geplunderd. Vast staat dat in 1616 het aangetrouwde achterkleinkind Frans van der Duyns het huis liet verbouwen, waarbij het twee hoektorens kreeg. Mr. Otto Groeninx van Zoelen liet dit huis in 1746 afbreken en het thans nog bestaande huis bouwen. De aanleg van de huidige landschapstuin danken we grotendeels aan zijn zoon Cornelis, die hem na zijn dood in 1758 op jeudige leeftijd opvolgde.
Het huis en park zijn als eerste in ons land in 1979 op de monumentenlijst geplaatst.

Voorjaar

Het is voorjaar in het park en bos. De vogels beginnen te zingen dat het een lust is. De zon warmt de bodem steeds meer op, zodat de lage planten als eerste beginnen te groeien en te bloeien. In april en mei komen de struiken in blad en de bomen zijn als laatste aan de beurt. Welke volgorde zou de natuur in de herfst aanhouden?

1. Paardekastanje

kastanje00

Als u de ingang van het park bent gepasseerd ziet u aan uw linkerzijde een rij paardekastanjes. Al in de winter zijn de kleverige knoppen gaan zwellen. Nu de kleverige waslaag niet meer nodig is om bevriezing te voorkomen, gebruiken bijen deze om reparaties te verrichten. Maar in april/mei zijn de knoppen zo ver dat ze zich ontvouwen. Uit de grootste komen naast de bladeren ook de bekende kaarsen. Elke kaars bevat wel honderd afzonderlijke bloemen. Straks zullen er meerdere vrucht dragen. De bloemen hebben een honingmerk om de insekten, vooral hommels, de weg naar de nectar te wijzen. Deze vlek is in eerste instantie geel maar kleurt na een dag rood. De prachtige handvormige bladeren hangen eerst slap alvorens te ontplooien om het zonlicht te trotseren. Zodra dit gebeurd is, dringt er weinig licht meer door tot de bodem. Er zijn nog maar enkele planten die het daar dan nog uithouden. U ziet alleen schaduwplanten, zoals de pijlvormige bladeren van de aronskelk, wiens prachtige bloemschede in mei te zien is, nagelkruid met kleine gele bloempjes en klimop dat hier en daar tegen de stammen opgroeit.

 

2. Bloemenweide

bloemruine

Vooral in mei als de helft van de inheemse planten in bloei staat doet deze plek haar naam eer aan. Bosanemonen, pinksterbloemen, boterbloemen en fluitekruid geven in bepaalde perioden kleur aan grote delen van het veld. Daarnaast komen er nog vele andere soorten voor. De soortenrijkdom is een gevolg van het gevoerde beheer. Tweemaal per jaar op vaste tijdstippen wordt de weide gemaaid. Hierdoor kunnen alleen planten zich ontwikkelen die voor of na de eerste maaibeurt bloeien en zaad zetten. Wordt er van deze tijdstippen afgeweken, dan gaat dit ten koste van de soortenrijkdom. Zie het verschil in plantensoorten met het als gazon behandelde voetpad.

Bijzondere planten

stengelosesleutelbloem

Voorbij de ruïne, die daarin 1781 ter verfraaiing van het park is gebouwd, komen we op een fraai stukje met een bijzondere flora. Onder de bomen bloeien in april hele velden wit gekleurde bosanemonen, nakomelingen van lang geleden aangeplante exemplaren. De plant heeft haast, want voor de bomen in blad komen en het zonlicht wegvangen, moet de plant bloeien, zaad maken en reserves opbouwen. In de omgeving bloeit meestal iets eerder het maarts viooltje. In mei en juni zien we hier de witte bloempjes van de bosaardbei. De vruchten zijn erg klein. Op open stukken is van maart tot mei tussen het gras de geel bloeiende stengeloze sleutelbloem te zien. Uit o.a. deze zeldzame plant is de bekende tuinprimula gekweekt.

3. Vlier

vlier

vlierbloesem

 

Als u de vlotbrug bent overgestoken, ziet u aan uw linkerkant een collectie zeer verschillende bomen, geselecteerd op vorm en kleur. Aan uw rechterkant vallen in het late voorjaar vele met prachtige roomwitte schermen bloeiende vlieren op. Het zijn gewone vlieren die overal willen groeien, soms wel twee meter per jaar. Toch een plant waar de mensen lang geleden ontzag voor hadden. Zo nuttig, dat er wel een goede geest in moest huizen. Volgens een handboek uit 1640 kon ze wel 70 kwalen genezen! Alles is te gebruiken. Van de bloemen die met hun krachtige geur vele insekten lokken, is een limonade te bereiden, een geneesmiddel tegen huid- en longziekten. Van de blauwe bessen in het najaar wordt niet alleen wijn gemaakt, die helpt bij verkoudheid maar ook nog een gezonde jam, alsmede kleurstof. Van de bladeren wordt een goede reinigings zalf voor de huid gemaakt en een zalf tegen wintertenen. De jeugd maakt, zolang de jonge takken zacht zijn, hiervan blaaspijpen en fluiten, waarvoor eerst het merg uit de holle tak wordt verwijderd. Als de takken ouder zijn, worden ze een van onze hardste houtsoorten. Vroeger werd dit hout gebruikt om kamraderen van te maken. Kortom een plant om de hoed voor af te nemen zoals ze vroeger in Zuid-Duitsland deden.
Een zelden geplante struik; toch duikt de vlier overal op. Kent u de oorzaak?

4. Reigerkolonie

reigerjong

De midden in het weiland staande monumentale eiken vormden in de vorige eeuw het centrum van de reigerkolonie. De kolonie is van de jaren zestig geroeid van 60 nesten totit ca 120 nesten in de jaren negentig. Daarna zijn de reiger verspreid gaan nestelen door het park. Het aantal nesten is terug gelopen tot ca 80. In maart zijn de eerste jongen geboren. Als het rustig is kunt u in mei/juni vele jongen langs de sloten zien staan. Ze hebben nog geen kuif of sierveren op hun borst. Pas na vier jaar zijn ze volwassen. Het voedsel halen de dieren soms wel 20 km ver. De begroeting van de terugkerende reiger op het nest is een prachtig ritueel om te aanschouwen.

5. Polderkade

houtkade00

Over een mooie polderkade wandelt u naar de bosrand.
Naar links kijkend heeft u een prachtige uitzicht over de bomenweide naar het Huis.
De kade is begroeid met een hele rijke flora.
Veroorzaakt door in zo’n klein gebied enorm gevarieerde omstandigheden.
Vochttoestand, onder of boven aan het dijkje, zon of schaduwzijde. In het voorjaar zijn er de volgende planten te zien: ereprijs, kraaielook, vogelwikke, inheemse bereklauw en paardestaarten.
Ook zijn er hier bijnan het hele jaar paddestoelen te vinden.

Paardestaarten

reuzenpaardestaart

Een interessante plant, die veel voorkomt.
In april ziet u de vruchtbare en deelbare stengel bruine stengel met bovenaan de sporen, die voor de verspreiding van de soort moet zorgen.
In mei verschijnt het kleine groene “sparreboompje”, ook opgebouwd uit deelbare stukjes.
Een plant met historie. Al voordat de dinosaurussen de aarde bevolkten, groeiden er boomhoge paardestaarten.
Onze plant wordt niet meer dan 40 cm hoog.
Als u met uw hand er langs strijkt merkt u dat hij aanvoelt als fijn schuurpapier. De plant bevat veel kiezelzuur.
Een pannesponsje voor de picknick.

6. Fluitenkruid

htdbosrand

Als u in mei langs deze bosrand loopt, is er nauwelijks een pad te zien. De hele zoom lijkt wel versierd met feestelijk witte kant. In deze tijd is het fluitenkruid de opvallendste plant van de bosranden langs het park. Zoals de meeste schermbloemigen wordt ze door vele insekten bezocht. Vaak kunt u een als wesp vermomde zweefvlieg aantreffen. De houding van de vleugels verraden hem. Maar de kleuren schrikken voldoende af. Haar larve leeft in de holle stengel van het fluitenkruid, en ze overwintert in de penwortel. Van sommige vogels zoals de nachtegaal is bekend, dat ze onder de stengels nestelen. Helaas is het al weer jaren gelden dat hier een nachtegaal heeft gebroed. Als het weer donker wordt onder de bomen, is het met haar bloei gedaan. Heeft u een idee hoe haar plant aan haar naam is gekomen?

7. Walvisbrug

walvisbrug03

Als u het pad langs de vijver gevolgd heeft, komt u vanzelf bij een mooie boogbrug. Deze brug is waarschijnlijk in 1792 gebouwd, in die tijd is ook de grote vijver was aangelegd. Als fundering zijn toen walviskaken gebruikt. Dit is nog een herinnering aan de vele handelscontacten van de familie Groeninx van Zoelen. In 1987 is de fundering van de brug hersteld, toch ziet u op de foto aan de overzijde onder de brug nog een stuk van het bot. .
Over de brug slaat u linksaf.

8. Meidoorn

htdmeidoorn

Juist voordat u de kantelburg oploopt, ziet u aan uw linkerzijde een stekelige kleine boom.
Het is de meidoorn die in mei met prachtige witte bloesem staat te bloeien.
Een sterke plant die altijd weer uitloopt na een snoeibeurt. Vroeger werd ze vaak als heg of veekering gebruikt. Ze kan wel 200 jaar worden.
Hier heeft ze moeten rekken en strekken om nog voldoende licht te vangen.Daarom is ze lang en bloeit wat minder als aan de bosrand.

9. Vogelzang

Als u van het kinderspeelhuisje (1808) naar de weide loopt, ziet u een bankje, vanwaar u een prachtig uitzicht heeft. Als u even zit valt u in het voorjaar vast de vogelzang op. Telkens zijn er nieuwe vogels te horen. In een voorspelbare volgorde komen de soorten van hun overwinteringsplaatsen terug. Meestal komen eerst de mannetjes om alvast een territorium te veroveren. Na enkele dagen volgen de vrouwtjes. Vooral de mannetjes zingen dat het een lieve lust is; dit om aan te geven welk stuk terrein ze als het hunne beschouwen, maar ook om de vrouwtjes te lokken. Dat territorium is nodig om straks voldoende voedsel te vinden. Een mezenpaar eet met 2 x 8 jongen ongeveer 75 kg insekten op. Verschillende vogelsoorten kunnen elkaars territorium overlappen, want elke soort heeft zijn eigen voedselspecialiteit, zodat ze elkaar niet dwars zitten. Door de grote variatie van dit park broeden hier een meer dan dertig soorten vogels.

10. Californische cypres

calcypres01

In alle jaargetijden valt de groenblijvende conifeer langs het pad op. In het voorjaar heeft ze prachtige roze-rode mannelijke bloemen op de top van de twijgen. De piramidevormige boom is sinds 1854 in ons land aangeplant en blijkt op vrijwel elke grond goed te willen groeien. In Noord-Amerika waar ze een belangrijke houtleverancier is, wordt ze wel 60 meter hoog en een doorsnede van 3 meter. Het hout is sterk en duurzaam, doordat het rijk is aan aromatische harsen. Insekten en zwammen tasten daardoor het hout niet aan. De geur is goed waarneembaar bij haar schubvormige naalden. Deze zijn met was bedekt. Alle naaldbomen hebben zo’n waslaag op hun naalden. Ze zijn gevoelig voor de zure regen. Het tast de waslaag aan waardoor de onder liggende huidmondjes, die de ademhaling en de verdamping verzorgen, beschadigd raken. Daarna laat de boom haar naalden vallen, waarmee ze in feite 4 tot 9 jaar moet doen, omdat de naalden maar geleidelijk worden vervangen. Omdat de kalkhoudende bodem het zuur neutraliseert, valt de schade in het westen van het land nog mee. Maar ook hier lost de in de grond aanwezige kalk in versneld tempo op.

 

11. Rode beuk

rodebeuk

Dit is de dikste boom van het park. Hoeveel mensen zijn er nodig om haar enorme omvang van 5.10 m te omvatten? De rood-bruine kleur, die vooral in het voorjaar zo opvalt, is spontaan ontstaan. Tussen 1680 en 1740 zijn enkele exemplaren op verschillende plaatsen in de Alpen ontdekt. Deze variant blijkt zelfs sterker te zijn dan de gewone beuk, welke zo’n 300 jaar oud kan worden. Hoe oud de rode beuk kan worden moet nog worden afgewacht. Een beukeboom is een loofboom met de meeste blaadjes. Dit kolossale exemplaar kan wel een miljoen blaadjes dragen. Ze gunt de concurrentie geen straaltje licht. De gevolgen voor de bomen in de onmiddellijke nabijheid zijn te zien. Als er niet zoveel kalk in de bodem zat, wat de vertering van het blad bevordert, zou er geen plantje onder kunnen groeien. Door het vele blad produceert ze evenveel zuurstof als 2500 jonge boompjes en verdampt ze 2000 liter water per dag. Na elke regenbui kan ze weer 1,3 registerton stof uit de lucht vangen. Hiermee wordt het belang van volwassen bomen voor ons leefklimaat aangetoond. De boom is voorzien van vele inscripties. Zijn deze nu mee omhoog gegroeid of juist in de breedte?

12. Het standbeeld

standbeeld

Als we bij de ingang van de formele tuin de prachtige oosterse plataan gepasseerd zijn, dan zien we in een perk, in het midden van de tuin, een groot standbeeld staan.
Natuur en cultuur zijn op zo’n landgoed nauw met elkaar verweven.
Het standbeeld is in 1710 vervaardigd door de beeldhouwer J.P.Bauerscheit en staat op de monumentenlijst.
Het stelt een gebeurtenis uit de Griekse mythologie voor.
De worsteling tussen Hercules en Antaeus.
Deze laatste was de zoon van de godin der aarde Gea en de god der zee Poseidon. Zolang Antaeus de aarde aanraakte was hij onoverwinnelijk. Hercules tilde hem tijdens de worsteling echter op en wurgde hem.

Spaanse aak

boog

We vervolgen onze weg door het kunstig gesnoeide poortje in de heg.
Deze heg bestaat uit onze enige inheemse esdoornsoort; de Spaanse aak.
Een wat wonderlijke naam voor deze kleine boomsoort, die ook de minder vaak gebruikte naam veldesdoorn draagt.
Elders in het park staan ook volwassen exemplaren van deze langzaam groeiende soort.
Ze is te herkennen aan de eigen aardigheid dat van een geplukt blaadje een melkachtige vloeistof bij de bladsteel opwelt. We zijn nu het park rond geweest en lopen nu het kleine stukje terug naar de ingang.

Naschrift

Rondom Rotterdam stonden in het verleden tientallen van dergelijke buitenplaatsen. Helaas zijn ze een voor een verdwenen: door havenaanleg, woningbouw, aanleg van grote wegen of gewoon omdat zo’n kostelijk bezit te kostbaar werd. Ook het Huys ten Donck is niet ongeschonden gebleven. Door de aanleg van de Deltadijk op het einde van de jaren zeventig is het prachtige overbos aan de rivierzijde verdwenen. De nieuwe aanplant zal dit moeten vervangen. Ook het Donckse Bos staat nog steeds onder druk. Luchtvervuiling, eventuele uitbreiding van Bolnes, de kwaliteit van het ingelaten water is van een matig niveau. Uit de ondergrond wordt water opgepompt ten behoeve van de drinkwater voorziening van Ridderkerk en omgeving.
Het park is van belang voor het woonmilieu van de mensen in deze verstedelijkte gebieden. Daarnaast is het park van groot belang als natuurgebied. Het is een toevluchtsoord voor vogels. Een belangrijk verspreidingsgebied voor kleine zoogdieren, insekten, planten en micro-organismen. Een veilige reserve voor de drinkwater voorziening.
Een uniek, meer dan 200 jaar oud park, waar we nog lang van hopen te genieten.

Rondwandeling plattegrond met cijfers behorende bij de wandeling:
(Tip Is deze niet zichtbaar ververs dan de pagina)


Plattegrond van deze Lentewandeling