Stekelbaars

Ruud Versijde

Tiendoornige stekelbaars

Iedereen kent ze wel, al is het maar van vroeger, met een schepnetje de slootjes afschuimen op zoek naar salamanders, dikkopjes en waterkevers en dergelijke. De stekelbaars is zo`n beetje de best onderzochte vis van Nederland. Maarten t`Hart heeft er bijvoorbeeld veel onderzoek naar gedaan en dit in boekje beschreven.

Er leven drie soorten stekelbaarzen in ons land. De tiendoornige (Pungitius pungitius) in zoet water, de zeldzame zeestekelbaars (Spinachia spinachia) die “inderdaad ja” in zee leeft en de bekendste, mooiste en algemeenste de driedoornige (Gasterosteus aculeatus) die leeft in zoet, brak en zout water. Er zijn populaties die in zee leven maar in de paaitijd het zoete water optrekken, anderen zwemmen hun hele leven in brak water zoals het Oostvoornsemeer. Toch zorgen ook deze populaties voor nageslacht, wel is het zo dat de migrerende exemplaren het grootst worden.

Omdat het de vissen in Nederland nogal moeilijk is gemaakt om van zee de sloten te bereiken, worden de stekelbaarzen hier en daar met ingenieuze hevels over de dijk geholpen, “o wat aardig voor die vissen ” zult u wellicht denken. “Ja m’n zolen” al die kosten en moeite worden heus niet gedaan tot heil van de stekelbaars. Integendeel zou ik zeggen; het is alleen maar om lepelaars van vette ‘trekstekelbaars’ te voorzien (kapsonesvogels).

Zelf heb ik ooit een slootaquarium gehad met onder andere drie en tiendoorntjes dat is vooral heel leuk in de paaitijd, de mannetjes van de tiendoorn worden geheel zwart met twee fel blauwe doorntjes aan de onderzijde en de driedoornmannen krijgen een rode borst en blauwe ogen. Van beide soorten bouwen de heren een nest van plantenmateriaal. de tiendoorn maakt dat in de waterplanten en de driedoorn maakt zijn nest op een kaal stukje bodem. De mannetjes verdedigen hun nesten fel, niet alleen reageren ze agressief op andere mannen van de eigen soort maar ook bevechten drie en tiendoornmannejes elkaar. In het nest is een soort tunneltje gemaakt waarin een vrouwtje haar eitjes in legt. Maar voor het zover is moet er eerst een kuitrijp vrouwtje worden verleid. dit gaat gepaard met een heel ritueel van balsen (heet dat bij vissen ook zo?) , het nest tonen en het vrouwtje met zachte dwang het nestje in zien te krijgen waar zij de eitjes afzet en hij als zij vertrokken is het gangetje in gaat om de zaak te bevruchten. Hierna hoeft het vrouwtje niet meer in de beurt van het nest te komen of ze wordt terstond aangevallen door meneer. Pa zorgt verder alleen voor het nest, hij waaiert met zijn staartvin om de eitjes van vers zuurstofrijk water te voorzien en verdedigd het tegen rovers waaronder de moeder van de jongen die haar eigen kroost best lust. Als de eitjes uit gekomen zijn wil pa de jongkies bij elkaar in het nest houden wat in het begin nog wel lukt maar naarmate de kleintjes groter en beweeglijker worden is dit onbegonnen werk.

Zo bekend als de driedoornige stekelbaars en in mindere mate de tiendoornige, zo onbekend is de zeestekelbaars die overigens in Engeland, vertaald de vijftiendoornige stekelbaars wordt genoemd. Deze vis wordt gemiddeld 14 cm lang,heeft een spitse snuit en zo`n 14 tot 18 stekels op de rug, officieel heten deze rugvinstralen. In de paaitijd kleurt het mannetje enigszins blauw. Ook deze soort maakt een nest van plantenmateriaal met als basis een vastgehecht wier of zeegras. De grote achteruitgang van de zeestekelbaars lijkt te maken te hebben met de decimering van de zeegrasvelden door een plantenziekte in de vorige eeuw (rond 1930). In het wild ben ik tot nu toe alleen de driedoorn tegen gekomen, bijvoorbeeld in het Waaltje bij Rijsoord, maar veel meer en in echte scholen in het Oostvoornse meer, ze zijn hier altijd wel te zien in de kajuit van een afgezonken jachtje op een paar meter diepte in donken bruin-groen water in een nogal kale omgeving. Leuker is het om ze te zien in de Grevelingen waar ze tussen sponsen en zeeanemonen leven. Een vreemd gezicht vind ik dat altijd omdat je denkt stekelbaarzen zijn echte boerensloot beesten. Zoals we nu weten is dat lang niet altijd het geval.