Najaarswandeling Huys ten Donck

Een beschreven rondwandeling

Voor de artikeltjes staan nummers die verwijzen naar een plaats op de plattegrond onder aan dit artikel.

Geschiedenis

 Het Huys ten Donck heeft zijn naam te danken aan een natuurlijke verhoging in het landschap. Zo’n verhoging werd door de bevolking in het algemeen een donk genoemd. In 1746 liet Mr. Otto Groeninx van Zoelen de bestaande bebouwing afbreken en bouwde hij het huidige huis dat wordt aangemerkt als één van de mooiste gebouwen in de Hollands-Classistische stijl in ons land. In de daarop volgende 30 jaar werd het park omgevormd van een Franse tuin met hoge geschoren hagen tot een Engels landschapspark. In 1820 verhuisde de familie Groenninx van Zoelen naar Den Haag en diende het Huys ten Donck als zomerverblijfplaats.
Pas sinds 1924 wordt het huis weer permanent bewoond. Het huis en park zijn dan gedurende een eeuw min of meer verwaarloosd. Beide worden opgeknapt. De bekende tuinarchitect Leonard Springer wordt aangetrokken en deze houdt gedurende tien jaar toezicht op herstel en onderhoud van het park.
De huidige bewoner heet nog steeds Groenninx van Zoelen. Al sinds 1721 is deze plaats in het bezit van de zelfde familie.

1. Paardenkastanje

Als u de ingang van het park bent gepasseerd, ziet u aan uw linkerzijde een rij paardenkastanjes.

kastanjes

In de herfst verzamelen kinderen haar bekende vruchten graag om er figuurtjes van te maken. Van de stekelige bolsters kan een mooie kastanje-bruine verfstof gemaakt worden. Het vreemde is dat de boom zich ook zonder vruchten kan vermeerderen. Let u eens op de hangende takken. Als de boom haar gang kon gaan, zouden de takken door groeien tot ze de grond zouden raken. Daarna vormt ze op deze plaats wortels en kan er uit de tak weer een volwassen boom groeien. Zou een volwassen boom, omringt door haar “kinderen” geen fraai gezicht zijn? Dit verschijnsel komt ook bij de beuk en de linde voor. Helaas snoeien vele kwekers alle bomen hoog op, omdat politieverordeningen voorschrijven dat bomen langs openbare wegen onder de vier meter geen takken mogen hebben. Wordt nu zo’n op gesnoeide boom op een ruime plaats aangeplant, dan is ten onrechte het natuurlijk silhouet geweld aan gedaan.

Knoppergal

knoppergal

Op de rand van het gazon staat een reusachtige dikke eik. Wie hier in september eikels wil zoeken zal waarschijnlijk een heel vreemde verschijning vinden: een knoppergal. De oude eikenboom er zoveel last van dat de boom nauwelijks nog normale eikels produceert. De knoppergal is een door een galwesp veroorzaakte vergroeiing van een eikel. Een eitje dat deze specifieke galwesp heeft gelegd op de rand tussen eikel en dop veroorzaakt de abnormale groei. Beschermd door een hard en onregelmatig paraplu-achtig uitgroeisel groeit binnen in de misvormde eikel een larve. Uit de knoppergal vliegen alleen vrouwelijke galwespen. Deze zoeken generatie zoekt een moseik en veroorzaakt gallen op de meeldraden waaruit straks mannelijke en vrouwelijke galwespen ontstaan.

2. Bladval

polderkade

Achter het huis heeft u een prachtig overzicht op het park. In de herfst heerst er in het park een bijzondere sfeer. Een van de meest opvallende veranderingen is het verkleuren van de bladeren naar rood, geel en goudkleurige tinten. Vanaf het voorjaar heeft elk blad gestaag gewerkt aan het omzetten van zonne-energie in voedsel. Onmisbaar is hierbij de groene kleurstof. Het najaar komt met vermindering van het licht en lagere temperaturen. Dit is het teken voor de boom om een kurkachtige stof naar het bladsteeltje te sturen om dit af te sluiten van de tak. Eerst wordt nog het bladgroen terug gevoerd. Als u bijvoorbeeld een kastanjeblad bekijkt ziet u, dat het groen zich bij de nerven verzameld heeft. Als de kurklaag gevormd is, dan is een zuchtje wind voldoende om de bladeren te doen vallen. Vergelijkt u maar met eerder afgevallen takken waar geen kurklaag gevormd werd, deze bladeren zitten stevig vast. Zou de loofboom haar blad in de winter behouden, dan zou ze verdrogen zodra de temperatuur zover gedaald is dat de wortels onvoldoende vocht kunnen aanvoeren om de verdamping van het blad te kunnen compenseren.

3. Meidoorn

meidoornbessen

Bij de vlotbrug aan de Herensloot staat aan de rechterkant op beide oevers een stekelige struik met vele rode bessen. De vogels zijn er gek op, zodat ze al voor de winter kaal zijn. Het zijn meidoorns en opmerkelijk is het grote verschil in stekeligheid van deze twee bomen van de zelfde soort. Ook planten zijn individuen. Als het blad verdwenen valt soms opeens een vogelnestje op. Want in stekelige struiken nestelen vogels graag omdat ze zich beter beschermd weten.

4. Eiken

eiken

Op het weiland staan diverse monumentale eiken met een prachtig silhouet. De bomen hebben al een hoge leeftijd gezien hun stamomtrek van 4,50 meter. Onder gunstige omstandigheden neemt de dikte van de buitenste laag 1 cm in de 5 jaar toe. Toch zien we maar weinig flinke eiken in onze bossen. Eikenhout is altijd zeer gewild geweest, maar na het planten moest men zeker 150 jaar wachten voor er geoogst kon worden. Wat we nog wel eens zien staan, zijn vrijstaande eikenbomen. Deze hebben een kortere stam en waren daarom minder gewild. Eiken kunnen wel 500 jaar oud worden. Met het toenemen van de jaren komen ook hier de gebreken. Verschillende van de bomen hier zijn gedeeltelijk hol en gescheurd. Het gevaar bestaat dat zo’n eik bij een flinke storm afbreekt door het verminderen van de ringspanning. De vitaliteit blijft even groot omdat de sapstromen zich onder de schors afspelen. Breekt er nu een stuk uit de kroon, dan heeft de eik vele slapende knoppen waaruit nieuwe takken ontspruiten. Bij enkele exemplaren zien we dan ook een borstelige stam. Naast de mens is er ook nog een hele dierenwereld die van zo’n eik gebruikt maakt. In de winter overwinteren vele insecten tussen de ruwe schors. Eikels zijn voedsel voor eekhoorns, muizen en vogels. De vogels profiteren van de vele soorten insecten, rupsen en gallen op de boom. Zo’n boom observeren zou een levenswerk kunnen zijn.

5. Paddenstoelen

polderkade

Over de mooie polderkade wandelt u van de ene bosrand naar de andere. In de herfst staan op dit stuk vaak vele soorten paddenstoelen. Deze ongewone verscheidenheid wordt veroorzaakt door de gevarieerde mengeling van zand en klei, waaruit deze kade is opgebouwd. Er staan hier vele zeldzame soorten en een enkeling is zelfs uniek in ons land. Wees daarom extra voorzichtig en beschadig ze niet! Paddenstoelen zijn de vruchtlichamen van de zwamvlok, die het hele jaar verborgen voortleeft. Deze “vruchten” moeten voor de verspreiding van de soort zorg dragen. Dat doen ze door onvoorstelbare hoeveelheden lichte sporen voort te brengen, die duizenden kilometers kunnen zweven en maar een minimale kans hebben om op een geschikt plekje terecht te komen.

boleet

De zwamvlok leeft van dierlijk of plantaardig (dood of levend) materiaal. Dit wordt verteerd en daarbij ontstaat humus, een voor boom, plant en struik onmisbare voedingsstof. We staan soms verbaasd hoe snel een paddenstoel kan groeien. Na een regenbui zien we plotseling vele nieuwe paddenstoelen staan. Dit kan, doordat een paddenstoel als klein knopje van een paar millimeter al helemaal klaar is. Wordt het nu vochtig, dan behoeft ze alleen nog maar water op te nemen en strekt zich uit en bereikt daarbij in korte tijd zijn volle lengte.

6. Beukenbos

beukenbos

Wat is hier aan de hand? Een neergestorte boom, een boom waar de schors vanaf krult. Beuken zijn kwetsbare bomen die onder gunstige omstandigheden wel 300 jaar oud kunnen worden. Zo oud zijn deze niet. Het is hier erg nat. Bij de aanleg heeft men greppels gegraven om de afwatering te verbeteren. Maar als het stormt staan de bomen nog te soppen. Door het schudden breken de fijne wortels af en de boom kan onvoldoende voedsel opnemen. Ze komt steeds losser te staan en een flinke storm kan dan fataal zijn. Door de opengevallen plek schijnt de zon op de te dan toe afgeschermde kwetsbare bast van de omringende beuken. Deze verbrandt en krult er af. Schimmels en insecten hebben vrije toegang gekregen en boom sterft langzaam. Doordat een stervende boom minder blad heeft en dus meer licht op de bodem komt kunnen er jonge bomen onder opgroeien. We zien hier diverse jonge bomen de open plek geleidelijk opvullen. Alleen het zijn geen beuken maar snel groeiende soorten als elzen en essen.

 

7. Zoete kers

boskriek

In de herfst valt u aan het begin van dit pad vast de langwerpige getande rode, soms gele of witte bladeren van de zoete kers op. Zoekt u de boom, dan moet u kijken naar een grijze/roodachtige stam, waarvan de bast in horizontale lagen los laat. Van deze boomsoort stammen al onze kersensoorten af. De vogels zijn dol op de kleine kersen. In Limburg komt de wilde kers nog veel voor. Ze wordt daar boskriek genoemd.

8. Notenboom

notenboom

Deze boom staat vlak voor een splitsing, waarvan één pad naar de vijver voert. Als u daar straks even gaat kijken, kunt u vanaf een bankje genieten van een prachtig uitzicht op de vijver, waar de bomen op een eilandje in prachtige herfsttinten kunnen schitteren.
Aan uw linkerzijde ziet u een grijze, zeer gegroefde stam staan. Als u rond speurt, vallen u misschien de eetbare walnoten op. Deze boom draagt bijna elk jaar vruchten. Als u de walnoot uit het groene omhulsel peutert, krijgt u bruine handen. Een kleurstof, die gebruikt werd om textiel een geel-groene kleur te geven. Zo’n boom bij huis had het voordeel dat hij de vliegen weghield en men had bladeren bij de hand om de meubels te politoeren. Meubels die misschien wel van notenhout gemaakt waren.

 

9. Inktvlekkenzwam

inktvlekken

In het najaar valt u vast wel eens een esdoornblad op met inktzwarte vlekken. Ze worden veroorzaakt door een schimmel en de zwarte vlekken zijn de sporen. In de zomer vielen ze minder op omdat ze dan geelgroen waren. Het schaadt de boom nauwelijks, omdat ze zich al van haar blad ontdoet. De enige remedie om de kans op herhaling te verminderen is de afgevallen bladeren op te ruimen, omdat daarmee ook de sporen worden opgeruimd.

10.Dauwbraam

dauwbraam

Tijd voor een versnapering, tenminste als u in de juiste periode komt en een ander u niet is voorgeweest. De vruchten van de dauwbraam zijn weliswaar niet groot, maar wel zeer sappig en als kenmerk dragen ze een dofblauwe kleur. Het is een bramensoort die veel in de duinen wordt aangetroffen. Ze houdt namelijk van kalk en humus. Op deze plek heeft een boom gestaan. De wortels zijn aan het vergaan. Bevorderd door het kalkgehalte van de grond gaat dit vrij snel. Met het feit, dat op de opengevallen plek veel licht aanwezig is, zijn aan alle groeivoorwaarden van deze plant voldaan. Hoe zou de plant aan zijn naam zijn gekomen?

11. Humus

Herfststromen kunnen aardig huis houden in het bos. Na zo’n storm ligt het bos bezaaid met bladeren en takken. Soms sneuvelt zelfs een complete boom. Niet heel erg want in een bos wordt een open ruimte snel weer opgevuld. Het is een natuurlijke verjonging van het bos.

humus

Moeten al die dode takken en bladeren worden opgeruimd?
Het staat misschien niet zo netjes, maar buiten de paden laten liggen, is wel bijzonder belangrijk. De dode takken en bladeren beschermen de bodem tegen uitdrogen en er tussen is het lekker vochtig. Talloze diertjes zoals pissebedden, slakken, wormen en duizendpoten woelen er in zodat het lekker rul en vruchtbaar wordt. Om een idee te geven: een kubieke meter strooisel bevat ongeveer 1000 regenwormen, 100.000 springstaarten en onvoorstelbare hoeveelheden bacteriën en schimmels. Het resultaat is humus, een voor planten onmisbaar voedsel pakket. Zonder dit proces werd de bodem kaal en onvruchtbaar. Boom en struik zouden daar nadeel van ondervinden. Al deze diertjes vormen zelf weer een rijke voedselbron voor o.a. vogels en egels. Ook stervende bomen hebben een functie. Vleermuizen nestelen in holle bomen, een specht hakt bij voorkeur in een kwijnende boom. Het hout is zachter en er zitten meer insecten in. Staan ze er niet, dan kan hij zich aan een gezonde boom vergrijpen, of hij verdwijnt. Hier zien we dat dood hout zeer belangrijk is voor de biologische rijkdom van het bos. De kleine beestjes zien we misschien niet, maar wel de grotere aantallen en soorten vogels, paddenstoelen en planten, die anders geen mogelijkheden hadden om hier te bestaan.

12.Ginkgo

ginkgoblad

Op de grond vinden wij zijn karakteristieke gele bladeren. We zijn bij de ginkgo. Het is geen loof- en geen naaldboom, maar een overgangsvorm. Op het blad doen de soms nog groene nerven aan naalden denken. De boom resteert als enige van een familie die al 250 miljoen jaar geleden op aarde voorkwam. Hij wordt ook wel Japanse noteboom genoemd. Rond 1700 zijn enkele exemplaren bij Chinese tempeltuinen aangetroffen. De mannelijke en vrouwelijke bloemen zitten op aparte bomen. Beide geslachten staan hier. Misschien ziet u nog wel een gele vrucht liggen, want we staan onder een vrouwelijke boom. Omdat de vruchten vreselijk kunnen stinken, worden meestal alleen mannelijke exemplaren aangeplant. Van deze boom wordt beweerd, dat koude handen aan de schors gewarmd kunnen worden. Probeer het eens en kunt u de oorzaak verklaren?

13. Aronskelken

aronskelkbessen

Voor u bij de uitgang bent, ziet u in september onder de kastanjebomen een heleboel rood gekleurde bessen op een steeltje staan. Het zijn de bessen van de (Italiaanse) aronskelk. De bessen stonden er al een tijdje maar omdat ze nog groen waren vielen ze niet op Het is beetje geheimzinnige plant. In de late herfst, als de andere planten “verdwijnen”, ontvouwt ze haar pijlvormige bladeren. Daarna kan ze het licht opvangen dat dankzij de bladerloze bomen tot de bosbodem door kan dringen. De hele winter verzamelen ze energie en als in mei de bomen in blad komen verdwijnen ze weer omdat het te donker wordt voor de plant. De plant bloeit eind mei en de bloem en de bladeren verwelken gelijktijdig.

Klimop

klimopboom

Onder de paardenkastanjebomen zien veel klimop. Deze plant kruipt in alle richtingen over de bosbodem tot hij een obstakel tegen komt. Dan klimt hij omhoog door gebruik te maken van zijn hechtwortels. Deze zijn van een soort zuignappen voorzien. De klimop berokkent de boom daarbij geen schade. Hij haalt zijn voedsel met zijn eigen wortels uit de grond. Van oktober tot de kerst bloeit de plant met bolvormige schermen vol kleine geelgroene bloemen. Het is de laatst bloeiende plant die de bijen en andere insecten nog volop voedsel biedt. De zwarte bessen, die door de vogels graag gegeten worden zijn in maart rijp. De wintergroene plant biedt tal van dieren en insecten een onderkomen. Let eens op: zijn de bladeren overal gelijk van vorm en heeft de stengel overal hechtwortels?

Naschrift

Een groen plekje midden in de druk bebouwde randstad. Een heerlijk plekje waar je nog even bij kunt komen. We hopen hier nog vaak te komen.

Rondwandeling plattegrond met cijfers behorende bij de wandeling:
(Tip Is deze niet zichtbaar ververs dan de pagina)