De lijdensweg van een straatboom

Op mijn weg door de Beverwaard valt me in het voorbijgaan iets vreemds op. Op de hoek Oude Watering en Eckartstraat staat op een pleintje een jonge eik die er wel heel kwarrig uitziet. Aan de dragende takken zie ik allemaal korte uitlopers, plaatselijk  met verdroogde bladeren.
Ook onder de kroon ontspruiten aan de stam noodscheuten met verdorde bladeren. Aan het blad herken ik  een Moseik  (Quercus  cerris) ook wel Turkse eik genaamd. Van oorsprong komt de boom uit Midden- en Zuid-Europa en Klein-Azië. De boom verkeert in grote nood.

Zo’n veertig jaar geleden heeft een boomkweker een eikel aan de zorgvuldig voorbereide kweekbed toevertrouwd. In de rulle, humusrijke en vochtige grond ontvouwen aan de eikel al spoedig de eerste kiemblaadjes. Zodra duidelijk is welke eikels wortels schieten worden de zaailingen verplant.

De jonge boompjes krijgen iets meer ruimte om zich te ontwikkelen. Niet te veel want in plaats van zijtakken maken moeten ze  zich zo snel als mogelijk is in de hoogte ontwikkelen. Ze zullen in hun jonge leven nog verschillende malen verplant worden om de beschikbare ruimte op de kwekerij optimaal te benutten. Om te zorgen dat de boom straks goed te verplaatsen is en een compacte kluit gaat vormen worden in het najaar de jonge wortels gekortwiekt.

Als de boom zo’n drie meter hoog is en verkocht kan worden, zouden van nature de wortels zo’n zes meter uitstrekken. Door deze compact te houden tot 50 cm is de boom  gemakkelijker te hanteren. Voordat hij afgeleverd wordt, zal om te voorkomen dat de boom met zijn ingekorte wortels straks  verdroogt, de takken nog sterk worden ingekort.

Dit gebeurt allemaal niet in het belang van de boom.
Het afknippen van de wortelpunten is een pijnlijk proces.  Want in de gevoelige punt van de wortels zitten een soort sensoren waarmee de boom voelt in welke richting de wortel zich het best kan groeien. Ontmoet de wortelpunt een obstakel dan trekt ze zich terug en slaat een andere richting in. Via die wortelpunten legt de boom contact met andere bomen en schimmels die de boom kunnen bijstaan in de zoektocht naar noodzakelijke mineralen en vocht. De boom is door de handelingen op de kwekerij nu blijvend verstoken van deze fijngevoelige sensoren.

Onze boom is gekocht door de gemeente Rotterdam en wordt geplaatst in de nieuwe wijk de Beverwaard. De boom komt midden op het pleintje  op een kleine verhoging te staan. Een eervolle plaats. Dankzij de kubieke meter bomengrond waarmee het plantgat is voorbereid en de overvloed van licht ontwikkelt de boom zich voorspoedig. Via de ingebrachte slang met gaatjes kan de boom in droge perioden van water worden voorzien en ook zorgt deze slang tevens voor de aanvoer van voldoende lucht.

De boom maakt lange takken en schiet snel de hoogte in. Maar het bewateren van de boom in een droge periode stopt al spoedig. De boom moet zichzelf kunnen  redden. De slang die nog lucht toevoerde raakt verstopt en breekt op een bepaald moment af. De boom heeft alle toegediende bomengrond benut en tast met zijn gemankeerde wortels, in zijn zoektocht in het opgespoten bouwzand dat inmiddels tot een harde laag is ingeklonken, vergeefs naar  voedsel, vocht en lucht.

De bebouwing in de omgeving en de bestrating van het pleintje slaan allemaal zomerse warmte op om die in avond geleidelijk af te geven. Dit zorgt voor een droge en stoffige omgeving. Stof dat de verdampings- en ademhalingsporiën in de blaadjes verstopt. Het regenwater verdwijnt snel in een rioolputje. De gevallen bladeren waaien weg en worden niet door bacteriën, bodemdiertjes en schimmels  omgezet in humusrijke bosgrond. Ook moet de wortels de hulp van schimmels bij het verzamelen van vocht en voedsel ontberen. Wel wordt de boom ongevraagd bemest met bijtende urine van honden dat zich invreet in stam en wortel. Dan komt er in de winter nog het strooizout bij.
De levensomstandigheden voor een boom zijn hier zeer zwaar..

De boom krijgt het benauwd, ze verhongert en verdorst. Nu blijkt dat de boom zijn snel gegroeide takken niet meer kan onderhouden. De boom is zijn pubertijd nog niet ontgroeid maar heeft zijn hoogste punt al bereikt. De boom krimpt zijn kroon in. Alleen de takken dicht bij de stam krijgen nog mondjesmaat voedingstoffen.  Energie om zich tegen allerlei natuurlijke aantastingen te verweren is er niet meer.  De nog zeer jonge boom is ten dode opschreven.

Aart van Dragt