Zomerstorm

Aart van Dragt

Het was een paar dagen na een zware zomerstorm als ik door het Donckse Bos loop.

Hier en daar is te zien dat de storm in het oude geboomte flink heeft huis gehouden. Een paar bomen zijn deels van hun kronen ontdaan. Op het breukvlak is aan de verkleuring te zien dat het geen toeval is dat het tot een breuk gekomen is. Voor me op het pad ontwaar ik een zeer jonge reiger. Als ik nader tracht het angstige dier mij al stappend voor te blijven. Sta ik stil, dan staat het dier ook stil. Eindelijk besluit het dier toch naar het hoge gras uit te wijken. Daarbij zitten de flapperde vleugels knap in de weg. Door de storm uit het nest gewaaid concludeer ik. Het dier leeft nog omdat hier geen vossen lopen. Iets verder op staat een broertje of zusje. Een vleugel hangt slap naar beneden. Ik nader tot op een enkele meter. Wankelend probeert het dier weg te komen. Daarbij zijn snavel als steun gebruikend om overeind te blijven. Het dier is totaal uitgeput en als ik zou willen kan ik het zo oppakken. Een kandidaat voor de dierenambulance, denk ik. Maar het lijkt mij beter de natuur zijn werk te laten doen.

Met een vos was het dier beter afgeweest. Sinds dat de blauwe reigers in 1963 beschermd zijn geworden is in het Donckse Bos het aantal van 40 nesten toegenomen tot ongeveer 80 nesten nu. De broedkolonie heeft zich over het bos verspreid. Het aanbod van voedsel is normaal gesproken de beperkende factor. Maar de particulieren, de dierenbescherming en de vogelklas Karel Schot helpen de reigers de soms strenge winter door duizenden eendagskuikens en honderden kilo’s brood te strooien. De reiger is van een gedeeltelijke trekvogel steeds meer een overwinteraar geworden. Dat heeft dus geen natuurlijke oorzaken. De natuurlijke voedselketen is verstoord. Ik zag 28 reigers aan een enkele plas staan vissen. Je zult maar een jonge vis, of kikker zijn. Ook deze soorten moeten de mogelijkheid hebben om zich te kunnen herstellen na een strenge winter. Daarom heb ik geen dierenambulance gebeld.