Winterwandeling Huys ten Donck

Een beschreven rondwandeling.

Aart van Dragt

Het park van Het Huys ten Donck is voor velen van zeer grote waarde. Er wordt voortdurend onderzoek gedaan i.v.m. haar grote biologische rijkdom. Houd daar als bezoeker rekening mee! Om het landgoed te mogen betreden is een wandelkaart nodig.
Zo komt u aan een wandelkaart

Voor de artikeltjes staan nummers die verwijzen naar een plaats op de plattegrond onder aan dit artikel.

1. Geschiedenis

Huys ten Donck ontleend zijn naam aan een verhoging in het landschap, wat door de bevolking vaak een donk werd genoemd.

Toen de polder in 1441 voor de tweede maal bedijkt was, werd hier een boerderij gebouwd. In de 16e en 17e eeuw transformeerde deze tot een buitenplaats met twee hoektorens In 1746 liet Mr. Otto Groeninx van Zoelen, Heer van Ridderkerk en Katendrecht, het huis afbreken en het thans nog bestaande fraaie huis bouwen. Tevens werd geleidelijk, in zo’n 30 jaar, de formele geometrische tuin met hoge geschoren hagen veranderd in een romantisch landschapspark naar Engelse stijl. Huys ten Donck was hiermee een der eersten in ons land.
De oppervlakte van het park is 22 ha.

De huidige bewoner is de negende generatie Groeninx van Zoelen die het huis bewoond.

2. Tiendschuur of Salon

tiendschuur

De ingang van het park bevindt zich naast de tiendschuur. De naam tiendschuur stamt af van het volgende gebruik: Boeren, die land in gebruik hadden dat toebehoorde aan Huys ten Donck, moesten oorspronkelijk een tiende gedeelte van de opbrengst afstaan aan de eigenaar. Daartoe kwamen in de herfst de boeren hier bij elkaar. De tijden veranderen en toen de boeren pachtgeld gingen betalen, veranderde de naam en het gebruik in “de Salon”.

3. Paardenkastanjes

w03

Als u de ingang van het park en de tiendschuur gepasseerd bent, ziet u aan uw linkerhand een rij kastanjebomen. Goed herkenbaar zijn de bomen aan hun grote kleverige knoppen, die al in de zomer gevormd zijn. Ze tonen in het vroege voorjaar als een der eersten hun bladeren en kaarsen. Een boom die goed past op zo’n landgoed met vele exoten, want onze “wilde” Paardenkastanje komt uit Klein-Azië en de Balkan. In de 16e eeuw werd ze samen met de tulp en de sering ingevoerd.

Voor haar naam zijn verschillende verklaringen gegeven: – De Turken zouden de noten aan hun paarden voeren. – De bladsteel van een afgevallen blad lijkt op een paardenhoef. – Als u het litteken op de tak bekijkt, dat een afgevallen blad achterlaat, dan ziet u dat deze een opvallende gelijkenis met een paardenhoef vertoond. Inclusief een paar nageltjes waarmee het ijzer is vastgezet! Op de takken ziet u ook van afstand tot afstand kringetjes op de takken. Daaraan kunt u zien, hoeveel de tak in een jaar is gegroeid.

4. Silhouetten

Als u nu achter het huis staat, kunt u goed zien hoe de bomen gegroeid zijn. Kaarsrechte stammen getuigen van het rekken en strekken naar het bevrijdende zonlicht. De kroon is gericht naar de plaats waar het meeste zonlicht opgevangen kon worden, hetgeen soms vreemde vormen op levert. Een beheerder tracht dit soms te voorkomen door een concurrent weg te halen.

w14

Als de natuur de vrije hand gelaten werd, zouden op deze vochtige voedselrijke grond de eiken en beuken de dienst uitmaken. Een beuk kan de eerste tien jaar prima tegen schaduw. Maar een eik kan niet onder een beuk opgroeien. Als de beuk groter wordt, werpt hij zoveel schaduw dat alle concurrentie wordt verdrongen. De eik is echter taaier. Kan beter tegen ziekten, dat is ook belangrijk, want kijk maar hoeveel wonden de stormwind aan vooral oude bomen veroorzaakt heeft. Door deze wonden krijgen vele parasieten een kans of er kan houtrot ontstaan. De boom probeert om de wond door callusvorming (een soort wondweefsel) te doen overgroeien. U ziet een strijd om het bestaan, die altijd maar doorgaat.

Elke boom heeft zijn eigen silhouet. Ziet u verschillende soorten?

5. Vogels

groenling

Als u de vlotbrug oversteekt, heeft u de eerste aanleg van 1746-1781 verlaten, en komen we op een gedeelte van de wandeling die langs een beek voert. Voor 2012 liep de wandeling aan de andere kant van de beek. Voor 1930 op de plek waar deze nu loopt. Omdat besloten werd de bosrand te verbreden en ook bomen en struiken aan te planten aan de oostkant van de beek werd destijds het pad verplaatst om langs het weiland te wandelen. Nu ligt het pad weer op zijn oorspronkelijke plaats.

In deze tijd van het jaar ritselt het hier in het struikgewas vaak van de vogels. Doordat alles kaal is, zijn er in de winter vaak meer vogels te zien dan in de zomer! Vele besseneters komen naar onze streken en laten zich op een mooie dag goed observeren. Op zo’n dag hoort en ziet u vast groepjes mezen, sijsjes, vinken of groenlingen door de struiken scharrelen op zoek naar iets eetbaars. Dat kan zijn de bessen van de Gelderse roos, hulst, meidoorn of klimop. Deze komen pas aan de beurt nadat de bessen van de lijsterbes en vlier op zijn. Ook zoeken ze naar spinnen-eitjes, rupsen of insecten. Als u zich onopvallend gedraagt en doet of u ze niet ziet, dan laten ze zich goed bekijken.

6. Zichtlijn

We staan midden in de zichtlijn. In de verte zien we het prachtige Huys ten Donck. Vanuit het huis toont deze zichtlijn in ene oogopslag hoe ver het park zich uitstrekt. Op deze boomweide staan vooral monumentale eiken, die ruim 150 jaar oud zijn. Tot eind vorige eeuw was in deze eiken een van de grootste reigerkolonies van Zuid Holland gevestigd. Ze telde in de jaren tachtig ruim
120 nesten. De reigers nestelen nu verspreid over het park. Het aantal nesten is terug gelopen naar circa 80 stuks.

In december en januari zult u hier weinig reigers zien. Toch trekken ze niet ver weg. De meesten gaan niet verder dan België of N.-Frankrijk. De gene die achter blijft, kan het in de winter knap moeilijk krijgen. Half februari zijn de meesten al op het nest teruggekeerd. Dan valt er veel te zien: Het verdedigen van het nest, het lokken van een vrouwtje en soms ziet u er één met een gestrekte nek vliegen. Dat is een onderdeel van de balts. Vanaf maart kunt u al de blauwgroene eierschalen onder de nestbomen vinden.

7. Houtkade

houtkade

Deze kade doet denken aan een begroeide polderkade. Hier staat nog veel hakhout. Vroeger liet men boomstronken uitlopen om deze elke paar jaar te snoeien. Het aldus verkregen materiaal werd gebruikt om bonestaken, of gereedschapstelen van te maken, soms gebruikte men het om de beschoeiing te repareren. Was er niks van te maken, dan was het altijd nog geschikt als brandhout. Niets ging verloren. Vroeger had elke boerderij wel zo’n geriefhoutbosje, zoals men dat toen noemde. In de herfst maar ook in het begin van de winter, kunt u hier vele paddestoelen vinden. Ooit stond aan de oostkant een model van een piramide. Dit gaf de wandeling een doel.

8. De vijver

w08

De vijver is in 1792 aangelegd. In de winter worden hier veel wilde eenden aangetroffen, die schuwer zijn dan soortgenoten in de vijvers en singels binnen de bebouwde kom. Mocht u, als u stil bent blijven staan, een mannetjeseend met zijn kop en staart zien schudden, dan is dat de inleiding tot de balts die van november tot maart valt waar te nemen. Rondom de vijver vallen vooral de naaldbomen (Taxus) op, met daaronder klimop. Deze kan zich in het donker prima handhaven. In februari zijn hier vele sneeuwklokjes te zien.

9. Taxus

htdbosje

De Taxus is onze enige inheemse naaldboom.
Hij wordt ook wel venijnboom genoemd, waarschijnlijk omdat hij in alle delen giftig is. Een taxus is een langzame groeier, maar kan wel 1500 jaar oud worden. Toch zult u, behalve in oude parken, nergens een zeer oude taxus vinden. In de middeleeuwen was het hout van een taxus kennelijk zo geliefd dat er nauwelijks een bleef staan. Men gebruikte het taaie sterke hout voor lansen, pijlen en (voet-)bogen; materiaal dat spanning moet kunnen verdragen, zoals tegenwoordig golf- en hockeysticks. In de 17e en 18e eeuw werden ze weer aangeplant omdat ze zo mooi in vorm gesnoeid konden worden, wat toen mode was. Ook werden ze vaak aan weerszijden van een toegangshek aangeplant omdat ze kwade geesten af zouden weren. Let er maar eens op als u het park verlaat!

10. Windkering

Als u de boogbrug overgestoken bent en linksaf gaat in de richting van het parkbos, dan loopt u over een smalle kade. Aan deze kant (de oostzijde) van het park is deze voorzien van een smalle maar zeer fraaie groenstrook. De andere kant zijde die de veel sterkere westenwind moet opvangen is veel breder. Dit pad toont tevens de kwetsbaarheid van dit gebied. Ongeveer halverwege is er aan de rechterzijde een uitkijk over de Donckse Velden richting Slikkerveer. Aan de linkerzijde is in het weiland een bosje geplant. Dit schermt het zicht op het landgoed vanuit Slikkerveer af, maar ook de eventuele oostenwind wordt tegengehouden.
Het pad is smal en aan weerszijden bevinden zich prachtige met mos begroeide walletjes. Als het pad nu intensief betreden zou worden, dan zou de doorlaatbaarheid van de bodem verminderen. Anders gezegd; er blijven plassen staan. En wat zou u doen om vieze schoenen te vermijden? Juist, en daar kan het prachtige mos niet tegen.

11. Boerewooning

w11

Dichtbij de bosrand in het parkbos staat een in 1808 gebouwde “Boerewooning”. Ze is van het type dat op de Zuid-Hollandse eilanden veel voor kwam. Dit geheel op kindermaat gebouwde en ingerichte speelhuisje is gebouwd nadat drie kinderen van de bewoners de besmettelijke, vaak dodelijke ziekte roodvonk hadden overleefd. Het werd tevens als een soort sanatorium gebruikt waar de kinderen verder konden herstellen.

12. Italiaanse Aronskelk

w12

In de buurt van de vijver bij de “Boerewooning” vindt u op de grond hele plakkaten van de Italiaanse aronskelk. Ze onderscheidt zich van de gevlekte aronskelk, welke in Limburg voorkomt, door haar gemarmerde blad. Een geheimzinnige plant. In de herfst, als de andere planten” verdwijnen”, ontvouwt ze haar pijlvormige bladeren. Daarna kan ze het licht opvangen dat dankzij de bladerloze bomen tot de bosbodem door kan dringen. In het voorjaar komen haar kelkvormige bloemen te voorschijn, waarvan de boeren meenden, dat het resultaat van de komende oogst afgelezen kon worden. Deze bloemen lokken met hun aasgeur kleine vliegjes aan. Die duikelen in de kelk en kunnen er niet meer uit. Na enkele dagen als de bloem bevrucht is, verwelken de haartjes die de vliegjes tegenhielden en ze deze kunnen gaan. De vliegjes zoeken spoedig weer een andere plant op, aangetrokken door de geur. Als de bomen weer volop in het blad komen, dan verdwijnen de bladeren van de aronskelken. Omstreeks augustus vallen dan opeens op die plekken de eerst groenen en enkele dagen later rood gekleurde bessen op een steeltje op. Ze zijn giftig. Verder is van de plant niets te zien. De plant is een zeldzaamheid in ons land.

13. Hulst

w13

Op verschillende plekken in het bos vallen de wintergroene hulstboompjes en struiken op. Waarom is de hulst niet kaal in de winter? De hulst heeft leerachtig blad met weinig huidmondjes, die goed gesloten kunnen worden. Dit voorkomt uitdroging door verdamping in de winter, als het aanvoeren van vocht problemen oplevert. De bladeren worden geleidelijk om de 2 á 5 jaar vernieuwd.

Van de hulst wordt beweerd dat ze zich tegen diervraat beschermd heeft door haar onderste bladeren scherp gestekeld te laten zijn. Hoger op is dit minder. Een struik die de vogels zomer en winter bescherming en in het voorjaar nestgelegenheid biedt. En dan zijn er in de winter nog de bessen. Waarom u in de ene boom wel bessen ziet is niet omdat de andere leeggegeten is, maar omdat de mannelijke of de vrouwelijke bloemen aan de struik vruchtbaar zijn en maar zelden beiden. Maar dit zal de lijster die de bessen tegen het einde van de winter graag eet een zorg zijn. Hij zorgt ook voor de verspreiding van de hulst door de pit weer uit te poepen. Onbeschadigd dankzij de snelle spijsvertering van de vogels en begeleidt door een beetje vruchtbare mest, heeft zo’n zaadje een goede kans om uit te groeien tot een mooie boom.

14. Engelse Werk

Dit is de naam voor het gedeelte van het park waar de ombouw naar een “Engels” landschapspark gestart is.  Er werd een vijver gegraven. De vrijkomende grond werd in de omgeving tot heuveltjes verwerkt. Daarom heen kwamen slingerende paden en het geheel werd aangeplant met bijzondere bomen en struiken. Dit stuk wordt gedomineerd door een reusachtige rode beuk. Van een andere rode beuk resteert slechts een enorme  stam.

winterakoniet01

In februari staan in deze hoek hele velden sneeuwklokjes en winterakonieten te bloeien. Dit is het resultaat van reeds lang geleden aangeplante bollen. De geel bloeiende winterakonieten komen oorspronkelijk uit Zuid-Europa, terwijl de sneeuwklokjes hier inheems zijn. Om door het dikke bladerdek te komen, drukken ze het wat omhoog zodat de wind het blad kan drogen en van de plantjes af kan blazen. Sneeuwklokjes groeien soms letterlijk dwars door het blad heen. De plantjes hebben hinder van de sneeuwbes. Deze plant uit Noord-Amerika is pas sinds 1860 in Europa aangekomen en verwilderd hier zo gemakkelijk, dat ze in het Donckse Bos hele gedeelten is gaan overheersen en de oorspronkelijke struiklaag heeft verdrongen. Maar in de winter doen de vogels zich tegoed aan haar witte bessen en in de zomer verschaft zij bijen voedsel op momenten dat de meeste houtgewassen uitgebloeid zijn.

15. Oosterse plataan

standbeeldperksneeuw

De boom met die enorme dikke gevlekte stam, die bij de ingang van de formele tuin staat, is een Oosterse plataan. Hij komt oorspronkelijk uit Zuid-Oost-Europa. Deze boom wordt op zo’n tweehonderd jaar oud geschat, maar kan onder gunstige omstandigheden enkele duizenden jaren oud worden. Gelukkig kan hij goed tegen luchtverontreiniging. Met een blik op zijn imposante kroon vallen meteen de zaadbolletjes op, soms 3 of 4 onder elkaar. Als u goed kijkt, ziet u twee dikke takken die samen gegroeid zijn en dan als een dikke tak verder gaan. Deze hebben als dunne takjes tegen elkaar geschuurd, waarbij beiden aan de schors verwond werden. Toen de takken dikker groeiden, werd het schuren minder en konden ze samengroeien.

Uniek

Het Donckse Bos is een uniek park. Waar anders in ons land vind je een park dat al ruim 200 jaar in grote lijnen ongewijzigd is gebleven? En wie had gedacht zo’n onverwacht heerlijk rustig plekje nog aan te treffen te midden van het jachtige leven van de randstad?

Rondwandeling plattegrond met cijfers behorende bij de wandeling:
(Tip Is deze niet zichtbaar ververs dan de pagina)