Vleermuizen

Het gaat beter met de vleermuizen

vleermuisSinds 1990 is het aantal van de zeven vleermuizensoorten die in hun winterverblijven worden geteld verdrievoudigd. Alle zeven soorten zijn toegenomen. Mogelijk is dit deels te verklaren door intensiever onderzoek. Halverwege de vorige eeuw zijn in Nederland veel vleermuizen achteruitgegaan en enkele soorten zijn zelfs verdwenen uit Nederland. Oorzaken zijn onder meer de verstoring van winterverblijven, het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de landbouw en houtverduurzamingsmiddelen op kerkzolders. Ook de vermindering van het aantal houtwallen en andere veranderingen in het agrarische landschap worden vaak als oorzaak genoemd van de achteruitgang.

De achteruitgang van een aantal vleermuizen lijkt inmiddels tot staan gekomen. De gesignaleerde toename is mede het gevolg van beschermingsmaatregelen in de winterverblijven. Door alle milieu maatregelen is de watervervuiling wat terug gedrongen en worden er meer insectensoorten gesignaleerd. Daarvan profiteert ook de vleermuis. En doordat groengordels met elkaar verbonden worden kunnen ze nieuwe voedselgebieden bereiken. Ook in Ridderkerk kunnen we op veel plaatsen ‘s avonds vleermuizen waarnemen. Bijna elke woonwijk zijn ze aan te treffen. Bepaalde soorten gebruiken de spouwmuur andere soorten holle bomen om te slapen.

In het Donckse Bos zijn vijf soorten vleermuizen aangetroffen. Gewone en Ruige Dwergvleermuis, Laatvlieger, Watervleermuis en Rosse vleermuis. Maar weinig mensen hebben de vleermuizen in de gaten. Dit enige vliegende zoogdier op aarde leidt een geheimzinnig bestaan. ‘s Avonds, als het schemerig wordt, verlaat de dwergvleermuis via een open voeg zijn schuilplaats in een spouwmuur. Een oplettend waarnemer kan hem vlak boven het wateroppervlak of rond een bosje of een straatlantaren zien scheren op zijn jacht naar insecten. Van en naar zijn voedselgebieden verplaatst hij zich langs bomenrijen, singels en soortgelijke lijnvormige elementen. Deze weerkaatsen zijn uitgezonden geluidsgolven. In een vlakke polder zou hij verdwalen, want daar weerkaatst niets zijn roep.

Laatvlieger

Met de weerkaatsende geluidsgolven lokaliseert hij zijn prooi. Maar sommige insecten “hebben” zich enigszins aangepast om aan de vleermuis te ontsnappen. Opvallend is hoeveel ‘s nachts vliegende insecten een ruige beharing hebben. Dat is niet alleen handig tegen de koude maar het absorbeert ook zwakke geluidstrillingen. Ook zijn er insecten die kunnen horen dat ze gepeild zijn. Ze laten zich dan als dood uit de lucht vallen. Maar het verst gaan de insecten die zelf signalen uitzenden die als een stoorzender werken. Mensen kunnen het geluid van een vleermuis niet horen, omdat dit buiten het bereik van ons oor ligt. Maar vertaald naar de geluidsfrequentie die wij kunnen horen is het vergelijkbaar met een drilboor. Het geluid is zo hard dat het de gevoelige oren van de vleermuis zelf zou kunnen beschadigen. Bij elke klik die een vleermuis geeft trekt een spiertjeĀ van de kleine gehoorbeentjes van zijn plaats.