Natuurwandeling Reyerpark

Reyerpark; Rondje natuur rondom de vijver.

Rondwandeling plattegrond met cijfers behorende bij de wandeling:
(Tip Is deze niet zichtbaar ververs dan de pagina)

De wandeling start bij het NME Centrum De Groene Draak.

A. Lei-linden voor het NME

leilinden

Deze stonden vroeger vaak voor de boerderijen.
Ze geven beschutting en bescherming. In de zomer koelte en schaduw. Als ze in de winter kaal zijn, kun je toch profiteren van het weinige zonlicht.
Het is geen specifieke soort, maar een leid en snoeivorm.
Deze twee vormen ze de toegang tot het NME Centrum De Groene Draak.

Het centrum is open op woensdagmiddag van 13.00 tot 16.00 uur. Loop eens binnen!

B. Water-vogels

 

Meerkoeten

 

Op en bij de vijver komen verschillende watervogels voor, waaronder de waterhoen en de meerkoet. Het waterhoentje is kleiner heeft een rode snavel en bles en gedraagt zich wat anders dan de meerkoet. Graag rommelen en scharrelen ze tussen de oeverbegroeiing en laten af en toe hun typische stemgeluid horen. Iets als: “prwuit”. Meerkoeten hebben een witte snavel en bles, zijn wat plomper en verblijven wat meer op het open water. Ze kunnen felle territorium gevechten leveren waarbij ze elkaar trappen en onder water duwen. Daarbij laten ze een typisch keffend geluid horen. Als je geluk hebt kun je er een foeragerend visdiefje bekijken. Dit is een meeuwachtig vogeltje dat tot de familie der sterns behoort. Biddend (met wiekelende vleugels stilstaand in de lucht) speurt het visdiefje boven het water naar een visje en duikt met grote snelheid op de prooi.

C. Els (Alnus glutinosa)

Els

Bij onderhoud van oevers wordt ook allerlei houtopslag verwijderd. Soms is het mogelijk iets te laten staan. Deze els is daar een goed voorbeeld van. Elzen horen van nature in deze streken en situatie thuis Ze zijn zeer nuttig voor vogels. Deze vinden er veel insecten (bladluis, bladwesp, elzenhaantje) en in de winter vormen de elzen een rijke voedselbron door de zaden uit de proppen (zaadkegeltjes). Verder zijn ze erg decoratief. In het vroege voorjaar door de lange mannelijke katten en de kleine rode vrouwelijke bloempjes en in de winter de blauwachtige knoppen en de decoratieve de proppen.

D. Populieren

Deze bomen zijn opgekroond zodat het gras vrij blijft en je er makkelijk kunt verblijven en spelen in de zon of onder de schaduw van de kruinen. Zou je de bomen gewoon hun gang laten gaan dan zouden de onderste takken tot onder aan de grond hangen. Vrijstaande bomen met lange kale stammen zijn dus eigenlijk onnatuurlijk. Toch moeten vooral bomen langs wegen altijd opgekroond worden. Aan de overzijde (pijl op tekening) ligt een boomstam. Deze vormt een extra verrijking voor de natuur als hij daar blijft liggen en langzaam in de kringloop wordt opgenomen. Schimmels die in het najaar af en toe hun paddenstoelen vertonen en allerlei insecten maken gebruik van het dode hout waardoor het langzaam verteert. Voor vogels en soms voor kleine zoogdieren vormen de insecten een goede voedselbron. De reststoffen komen weer aan de bodem ten goede en zo kunnen er weer nieuwe planten groeien.

E. Kijkend vanaf het bruggetje

Hier zie je twee typische cultuurbomen. Ten eerste een grote treurwilg. Deze is zeer decoratief maar vormt een grote belasting voor deze kleine watergang (valhout en zeer veel blad en schaduw). Op oudere leeftijd moeten dergelijke bomen in dit soort omstandigheden vaak weer gekapt worden! Aan de andere zijde ziet u een Italiaanse populier met zijn typische zuilvorm ook een opvallende boom. Het water stroomt langzaam uit de vijver hierheen, nadat het over een dammetje is gelopen. Zo komt het in de achterliggende watergangen terecht. Een prachtige hangbrug maakt het mogelijk om op een avontuurlijke wijze het water over te steken.

F. Grasland vegetatie

 

Fluitenkruid en boterbloemen

Hier groeien allerlei soorten kruidachtige planten zoals fluitenkruid, boterbloemen, smeerwortel en paardenbloemen. Door maar 2 keer per jaar te maaien en het maaisel enkele dagen later af te ruimen kun je de diversiteit aan planten en dus ook het insecten leven bevorderen. Vooral vlinders, zweefvliegen en bijen varen hier wel bij. Bij voorkeur moet je zulke vegetatie met een messenbalk maaien. Het gras wordt dan goed afgesneden. Een eindje verder langs het pad in de halfschaduw staat ook de breedbladige wespenorchis. Dit is een late soort die pas in de zomer bloeit. Deze orchideeënsoort is niet zeldzaam maar daarom niet minder interessant.

G. Paddenpoel

Deze poel is speciaal gegraven voor amfibieën. Soorten die je er mag verwachten zijn: de groene kikker, bruine kikker, kleine watersalamander en de gewone pad. Mochten er nog andere soorten bij komen, zoals bij voorbeeld de rugstreeppad, dan zou dat nog mooier zijn. Amfibieën leven voornamelijk op het vochtige en schaduwrijke land maar ze paren in het water en zetten daar ook hun eieren (dril of snoeren) af. Als de larven het uiterlijk van hun ouders hebben gekregen gaan ook zij het water uit. Alleen de groene kikker blijft in (eigenlijk op) het water en overwintert in de bodem van vijver of sloot.

H. Kijkje over de vijver; oeverplanten en waterdiertjes

Er groeien hier verschillende soorten oeverplanten, zoals kattenstaart, koninginnekruid, lisdodde, gele lis en een enkele grote watereppe. In het vroege voorjaar bloeien er ook enkele dotterbloemen. Meer in het water vind je mogelijk pijlkruid en waterweegbree. Het meeste drijfblad is van de watergentiaan. In juni en juli siert ze het water op met prachtige gele bloemen. Watergentiaan en gele plomp overwintering met wortelstokken. Die worden 1 keer per jaar gedeeltelijk verwijderd. Dat moet ook anders groeit de plas helemaal dicht en gaat het water in kwaliteit achteruit. Als je nooit ingrijpt, zou zo’n vijver op den duur zelfs verlanden! In de vijver kunt u o.a. de volgende waterdieren aantreffen: jufferlarven, waterpissebedden, schaatsenrijder, bootsmannetje, waterschorpioen en misschien enkele keverlarven. Ook zit er vaak veel visbroed in. Het water heeft een gezonde visstand: er komen riet- en blankvoorn, zeelt, snoek, grote brasem (tot 60 cm) en een enkele grote karper voor.

I. Oeverplanten en knotwilgjes

Gele lis

Met name is er hier veel kans op Gele lis (bloeit in mei/juni) of koninginnekruid (bloeit in augustus) en misschien valeriaan. Koninginnekruid is een echte vlindertrekker!
De knotwilgjes die hier staan zijn evenals lei-linden snoeivormen. Voordeel van knotwilgen is dat je ze goed onder controle kunt houden en juist daardoor voorkom je dat ze belastend worden voor het water waarlangs ze zijn aangeplant. Bovendien vertegenwoordigen ze een hoge natuurwaarde. Denk aan: broedgelegenheid, insectenleven, enz. In holle knotwilgen kunnen allerlei vogels broeden en als ze wat ouder zijn kunnen er zelfs planten in groeien.

J. Waterhuishouding

Deze ‘kruizen’ in het water zijn de resten van de voormalige vissteiger, op deze plaats komt in de vijver een buis uit. Deze brengt opgepompt water uit de sloot die achter langs het park loopt in de vijver. Vandaar uit wordt het water verder door de gemeente gevoerd. In grote lijnen loopt alle oppervlaktewater door de gemeente van zuid naar noord. Dat gaat via een ingewikkeld stelsel van sloten, stuwen en pompen. Uiteindelijk wordt het water bij Bolnes op de rivier de Noord geloosd. Ter hoogte van het Donckse bos en nabij de haven wordt het water weer vanuit de rivier ingelaten. Voordat het de gemeentewateren instroomt wordt het voorbezonken via een helofyten systeem. Hydrofylen zijn oeverplanten zoals riet biezen en wilgenroosje die veel zwevende (mest)stoffen uit het water opnemen zodat het ingelaten water schoner en helderder wordt.

K. Zicht op sparrenbosje

Het sparrenbosje is een goede plaats voor ransuilen.
Ze hebben hier al meerdere malen gebroed.
In de winter zijn daar ook graag mezen op zoek naar voedsel.
Over het algemeen leven in een loofbos meer dieren, maar hier en daar wat dennenaanplant vormt, zeker in de winter, dan toch weer een extra beschutting.
Zo’n groen blijvend bosje is een verrijking van het park.

L. Vlindertuin

Hier zijn allerlei bloeiende planten aangeplant en ingezaaid die vlinders aanlokken met hun bloemen vol nectar. De soorten die je hier tegen kunt komen zijn: atalanta, kleine vos, witjes, icarus blauwtje, citroentje, argusvlinder en gehakkelde aurelia. Het voorkomen van vlinders is over het algemeen een goede graadmeter voor de toestand van de natuur. In de jaren 50 van de vorige eeuw was de vlinderrijkdom nog vele malen groter dan nu. De jaren 60 tot 80 is het hard achteruit gegaan, ook met allerlei andere dier en plantensoorten. Dankzij een aanzienlijke beleidsverbetering en een betere milieuwetgeving gaat het nu iets beter. Herstel van natuurwaarden is echter een zeer moeizaam proces. Wat gemakkelijk vernietigd werd, herstelt maar moeizaam en het kost veel tijd.

De wandeling is gemaakt door de Gemeente Ridderkerk in 2006