Het is bijna lente.

Rob Horvath
Misschien regent het pijpenstelen en waaien de pannen van het dak als u dit verhaaltje leest, want ook als het voorjaar nadert laat het weer zich vaak van de slechte kant zien: En toch is de lente overal ruikbaar, voelbaar en vooral hoorbaar.

Winterkoning

Let maar eens op als u ‘s morgens vroeg, wanneer het nog schemert, al aan de wandel bent. Ook al woont u in een drukke stad, of in een etage woning dan nog hoor je de merels en vaak ook de lijsters zingen. Heeft u het geluk dicht in de buurt van een park te wonen of is er in de buurt een groot plantsoen, dan kunt u even later als het al helemaal licht is buiten, het heggenmusje horen. Ook het winterkoninkje laat zich niet onbetuigd.
Zijn schelle roep klinkt overal bovenuit. Let ook eens op de spreeuwen in de buurt, vanaf een hoge plaats, meestal de nok van een dak, zitten ze vaak op hun gemak hun liedje te zingen. Met afhangende vleugeltjes en klapperende snavel maken ze de meest vreemde geluiden, vaak met lang gerekte fluittonen. Soms apen ze allerlei geluiden na, van piepende deuren tot huilende kinderen toe. Maar niet alleen aan de vogels merk je dat liet voorjaar nadert.

Foto D. Hörters: Speenkruid

Bijna overal, waar nog wat ruige plekjes zijn en de grond wat is omgewoeld, kom je klein hoefblad tegen. De bloemstengels zijn nog helemaal kaal, en pas als de witte zaad-pluisjes zichtbaar zijn komen de bladeren van de plantjes te voorschijn. Dan komen ook de gele sterretjes van het speenkruid weer kijken. Ze zijn te vinden op vochtige. beschaduwde plaatsen vaak in de buurt van sloot kanten waar het gras niet kort wordt gemaaid. De blaadjes van het speenkruid zijn mooi glimmend groen en niet lang nadat de bloemen zijn uitgebloeid zullen ook de blaadjes weer verdwijnen. Zij hebben. er voor gezorgd dat er weer nieuw reservevoedsel in de dikke speenvormige wortels is opgeslagen, zodat de plantjes het volgend jaar opnieuw kunnen bloeien. Ook de eerste insecten laten zich weer zien, zodra de zon we er wat meer is gaan schijnen. Een van de vroegste vlinders is de kleine vos die gewekt door de hogere temperaturen uit zijn schuilhoekje is gekropen om de eerste bloemen te bezoeken. Heb je veel geluk dan kun je ook de dagpauwoog te zien krijgen, zijn vleugels koesterend in de warme zonnestralen..

Let ook eens op de dikke hommels die laag boven de grond zoemend een nestplaatsje zoeken, onder een oude stronk of onder een oude struik waar de grond wat los en rul is. Dat zijn de koninginnen der hommels die net zoals de dagpauwoog en de kleine vos weer tot leven zijn gewekt. Ze zullen op een geschikte plaats een nieuwe hommelstaat stichten die wel wat lijkt op een bijen-gemeenschap, maar het nest wordt net zoals bij wespen vaak gebeurd onder de grond gebouwd. Ook lijken de bijen alweer wat actiever en naar mate het seizoen vordert komt er steeds meer en nieuw leven, lopen de knoppen van heesters, bomen en struiken verder uit, gaan de kastanjers bloeien, komen de zwaluwen terug enz. enz. Kort om; er valt steeds weer wat nieuws te beleven.

Hoe meer je om je heen kijkt en luistert, hoe meer je geniet van wat we nog hebben. Het is de moeite waard.