Herfstwandeling in het Gorzenpark

Een beschreven rondwandeling

door Aart van Dragt

Najaar

Het jaar verkeert in zijn nadagen. Het voorjaar stond in het teken van groei en bloei, maar het najaar staat in het teken van het naderende einde. Eerst moet nog voor het nageslacht gezorgd worden. Bessen, zaden zorgen voor het overleven van de soort. De bomen trekken de bruikbare stoffen uit het blad terug en de achtergebleven afvalstoffen zorgen voor aardige bladtinten. Voor de door najaarsstormen afgerukte bladeren staat een heel leger van afvalverwerkers klaar. Ontelbare soorten insekten, schimmels en bacteriën recyclen dit natuurlijk afval tot kostbare voedingsstoffen. Als de trekvogels zich verzamelen voor hun grote reis dan verschijnen ook de paddestoelen op de vochtige bodem. Het zijn de vruchten van schimmels welke dienen voor het verspreiden van de soort. Ook in het najaar valt er veel te genieten.

Rondwandeling plattegrond met cijfers behorende bij de wandeling:
(Tip Is deze niet zichtbaar ververs dan de pagina)

Herfstwandeling in het Gorzenpark

Historie

Het Gorzenpark is gelegen aan de oostzijde van Ridderkerk. Het 40 hectare grote park is ontstaan ten gevolge van allerlei activiteiten in een periode van bijna vijftig jaar. Het is voor een belangrijk deel aangelegd op een oude vuilstort. De eerste aanplant dateert uit 1974. Door de flinke hoogteverschillen en veel waterpartijen is het een natuurlijk aandoend park met veel afwisseling geworden.

1. Trap

Het aardige van dit gebied is, dat er nog veel van de ontstaansgeschiedenis valt af te lezen. Links van de trap is de oude toevoerweg naar de oude stort. Deze komt uit op het ‘pleintje’ dat we zullen bereiken als we boven aan de trap zijn aangekomen. Hier stond de schaftkeet van de stortbaas. Deze sorteerde hier grove metalen uit het huisvuil, welke periodiek door de gemeente aan een schroothandelaar werden verkocht. Langs de trap zien we mooie met mos begroeide brokken vormzand. Die brokken vormzand zijn resten zand van gietvormen van de staalgieterij Bakker. U ziet, het verleden is nog overal zichtbaar.

2. Bos

Bij de ingang van het wandelpad staan enige flinke bomen: esdoorns. De esdoorn herinnert menigeen zich uit zijn jeugd. De vlindervruchtjes brak je door midden en plakte je met spuug op je neus. Die “neusjes” hangen in trossen aan de kalende takken waarvan de bladeren goudgeel verkleuren. Die vruchtjes zijn nootjes die twee aan twee aan elkaar zitten en elk een vleugeltje hebben. Als ze de tros loslaten, zweven ze draaiend op de wind naar beneden als een helicoptertje.

Inktvlekkenziekte

Wie goed kijkt zal hier of verderop tijdens de wandeling zeker esdoorns met zwart gevlekt blad aantreffen. Deze raadselachtige “inktvlekken” worden veroorzaakt door een schimmel, die als parasiet in het bladmoes leeft zonder dat de boom er echt schade van ondervindt. De inktvlekken komen pas te voorschijn als het blad begint te verkleuren. Die zwarte vlekken zijn de sporen van de schimmel die met het blad op de grond terecht komen. In het voorjaar stijgen deze sporen door de warme luchtstroom op en komen zo op het nieuwe blad terecht.

Paddenstoelen

De mogelijkheid verschillende paddestoelen te vinden maakt een herfstwandeling altijd extra aantrekkelijk. Door het beleid, het dode hout niet allemaal te verwijderen maar ter plekke te laten vergaan, krijgen veel soorten paddestoelen hier een kans. De schimmels helpen mee dood hout te verteren zodat het weer als plantenvoedsel beschikbaar komt. Andere soorten werken samen met bomen. Hun zwamdraden zijn vervlochten met de fijnste boomwortels. In ruil voor door de boom gemaakt voedsel zorgen zwammen voor voedingsstoffen die de boom hard nodig heeft. Boom en zwam kunnen niet buiten elkaar. Zonder de schimmels zou het bos en het leven van planten en dieren daarin onbestaanbaar zijn. Laat de paddestoelen staan waar u ze tegen komt, dan kunnen anderen er ook van genieten. Ze zijn bovendien niet te bewaren en het eten is een riskante zaak. En ze produceren sporen, nodig om ergens anders weer op te duiken. Een paddestoel kan wel tien miljard sporen produceren, waarvan maar een enkeling op een geschikte plaats terecht zal komen.

Grijsklokje

Even zoeken en dan zult u dit mini-paddestoeltje in zwermen vinden; soms wel honderden bijeen op dode stronken of aan de voet van levende bomen.De gegroefde hoedjes zijn circa een cm breed. De plaatjes vervloeien niet tot inkt zoals andere inktzwammen. Haar andere veel gebruikte Nederlandse naam is zwerminktzwam. Er zijn nog 99 andere soorten inktzwammen…

Meniezwammetje

Misschien ziet u op de grond een afgevallen takje bedekt met rode pukkeltjes. Deze pukkeltjes zijn de vruchtlichamen van het meniezwammetje. De in aanvang witte pukkeltjes kleuren pas rood als de sporen rijp zijn. De zwam zelf leeft in het dode hout en helpt het mee opruimen. Bijna het hele jaar te vinden.

3. Zaden en bessen

Dauwbraam

De herfst is de tijd van zaden en bessen. Planten reizen door het landschap met behulp van zaden. Het zaad van de een waait weg op de wind ( bv. esdoornzaden) of drijft mee met water (zaad van een els of lis). De ander lift mee in de vacht van een dier of aan de kleren van mensen (kleefkruid). Maar ook bessenetende vogels zijn belangrijke zaad-verspreiders. Aan vruchten en zaden is vaak te zien voor welk transportmiddel ze hebben gekozen. Maar de zaden ontkiemen niet op elke plek waar ze terecht komen. De kiemplaats moet geschikt zijn voor de soort. Sommige (zeldzame) soorten stellen hoge eisen aan de bodem.

Gewone klis (bloei: juli -sept.)

Kinderen hebben snel ontdekt dat hakerige bolletjes gemakkelijk op de rug van een ander klitten. De mensen helpt zo mee de zaden van de klis te verspreiden. De grove bladeren van de 1 meter hoge klis zie je op voedselrijke plekken groeien vaak samen met brandnetels en distels. De bloei is nauwelijks opvallend. Insekten met een lange tong zoals vlinders hebben voor de bestuiving gezorgd.

Vlierbessen

 Ook vlieren groeien graag op een voedselrijke bodem. Overal in het Gorzenpark groeien ze, zelden worden ze geplant… In september zijn de vlierbessen rijp. Veel vogels eten ze, wat te zien is aan de paarse klodders op de grond en in de buurt groeiende planten. De klodders zitten vol roodpaarse pitjes. Die ontkiemen gemakkelijk, als ze op een geschikte plaats terecht komen.. Volgens overlevering zou een vlier, geplant bij de keukendeur, de bewoners beschermen tegen onheil en kwalen. De hele struik werd gebruikt. De bladeren, bloesem en bessen. Bijvoorbeeld om dmv een zweetkuur van een griepje af te komen gebruikte men vlierbloesemaftreksel in het badwater. De bessen werden gebruikt voor jam,siroop en diverse drankjes. Wilt u dat ook eens proberen, haal dan hiervoor bessen van vlieren die groeien op onverdachte plaatsen!

4. Nieuwe Belt

Deze heuvel ligt op de plaats van een oude rivierbedding, genaamd de ‘Oude Haven’. Voor 1930 voeren via deze geul de schepen naar de Ridderkerkse haven. Deze lag ter plaatse waar nu de brede middenberm van de Havenstraat is. (Vlak bij Bas van der Heiden). Tussen 1970 en 1972 is op deze plaats het Ridderkerks huisvuil gestort in afwachting van het gereedkomen van de AVR (Afval Verwerking Rijnmond). De stortplaats groeide uit tot een heuvel van circa 8 meter hoogte. Na de definitieve sluiting op 1 januari 1973 werd het afval met een 1 meter dikke laag aarde bedekt. De 15000 kubieke meter aarde die daarvoor nodig was, kwam uit bouwputten van de zuiveringsinstallatie waaraan zojuist begonnen was. Maart 1974 werd een boomplantdag georganiseerd, waarna de groen-jongens de beplanting voltooiden.

Wintergroen

Niet alle bomen laten in de herfst hun bladeren vallen. Het zijn over het algemeen bomen met naalden, dikke leerachtige bladeren die hun bladeren behouden. Ook hier staan er een paar. Ze zijn er nog maar pas geplant. Een taxus en een hulst moeten in de winter met hun groen het park een beetje opfleuren. Toch laten deze struiken ook hun bladeren en naalden vallen. Ze doen dat niet in een keer maar spreiden dat veel meer zodat ze er altijd groen uitzien.

Taxus

Eigenlijk is het onze enige inheemse naald-“boom”. Want de den en spar komen hier van nature niet voor. In de middeleeuwen was het sterke en veerkrachtige hout van de taxus zo gewild dat ze bijna uit onze bossen verdwenen zijn. Soms zien we een taxus als wintergroene haag om een tuin aan geplant. De naalden en de rode bessen zijn giftig. Maar juist uit deze naalden wordt het kankerremmende medicijn taxol gewonnen.

Hulst

Weinigen zullen vermoeden dat dit struikje tot een kleine boom kan uitgroeien. Als de plant wat hoger wordt behoeft hij zich minder tegen vraat te beschermen en zullen de bladeren geen gekartelde randjes meer vertonen. Misschien is op een enkel blad al te zien hoe de larve van de mineervlieg door het bladmoes tussen de boven en de onderzijde van het blad een weg vreet.

5. Essen

De boomsoort die we middenop deze heuvel volop aantreffen is de es. Het lijkt wel of de bladeren van een es zijn samengesteld uit vele kleine blaadjes. Al die blaadjes groeien aan een lange stengel die in zijn geheel van de tak valt. Groei: Misschien zie je ergens een jonge scheut staan. Daaraan is te zien hoe snel die gegroeid is: Aan het eind aan elke tak zit een zwarte knop. In deze knop zit de bloeiwijze en stengel met blad die het volgend jaar gaat groeien. (Deze knop wordt in de zomer gevormd.) Dit uiteinde vormt een ringvormig lidteken op het nieuwe hout. Als we de afstand meten tussen twee van deze ringvormige lidtekens weten we de groei in een jaar.

Wintergasten; kramsvogels en koperwieken

Kijk eens goed in de bomen. Misschien ziet u een soort merel of lijster die bij nader inzien een wintergast uit het koudere noorden blijkt te zijn. Kramsvogels komen in de herfst met grote aantallen naar ons land. Ze zijn iets groter dan een merel, met licht en donker gevlekte onderkant, kastanje bruine vleugels en blauwgrijze kop en rug. Het zijn echte besseneters. Ook kunnen we groepen koperwieken aantreffen, bruin getinte lijsters die in het noorden hebben gebroed. Ze lijken op gewone zanglijsters, maar hebben een lichte streep boven het oog en een roodbruine vlek onder vleugel, die te zien is als ze opvliegen.

6. Over de loopbrug, verder langs de andere oever

De in 1987 gebouwde lange brug geeft ons een mooie gelegenheid om naar het waterleven te kijken. Waar blijven de waterplanten in de winter? Als het wat kouder wordt in de herfst sterven alle waterplanten af. Hun dode delen zakken naar de bodem en worden daar gegeten door op de bodem levende waterdieren. Wat overblijft wordt verteerd door bacteriën. Maar niet alle waterplanten sterven. Waterlelies bijvoorbeeld hebben een dikke wortelstok die in de modder overwintert. De bladeren aan de top van waterpest en hoornblad groeien in de herfst dicht bij elkaar, de toppen breken af en zakken als winterknoppen naar de bodem.

Gelderse roos

Als we het pad langs de oever volgen zien we kleine bomen en struiken met oranje/rode vruchten: De meidoorn met weinig opvallende dof gekleurde vruchten. De lijsterbes met oranje bessen, maar het opvallendst zijn de bessen van de Gelderse roos. Tussen rood verkleurend blad hangen helder oranje/rode bessen aan de struik te pronken, als een sierraad voor het park. Doch ze worden door de vogels versmaad. Ze vormen een reservevoorraad die slechts in noodgevallen wordt aangesproken. Meestal als in mei de struik met prachtige hortensia-achtige bloemen bloeit, zitten de laatste wat verdroogde bessen nog aan de boom. De honger was niet groot genoeg geweest.

Groenling

Rozenbottels

Als we, beneden aangekomen, het bankje passeren zien we enkele rozenstruiken vol rozenbottels. De hondsroos en de egelantier zijn wilde rozen. De blaadjes van de egelantier ruiken naar appeltjes. De rozenbottels zijn behalve bij sommige vogels, vooral groenlingen, ook bij mensen geliefd. De vruchten vol vitamine C worden verzameld en gebruikt voor jam, wijn en vruchtenmoes.

7. Lage land

Aan de ene kant rijst de Puinberg op en aan de andere kant zien we de Zandplassen. Langs de oever staan prachtige moerascypressen en nabij het pad staat een groepje zwarte elzen.

Moerascypres

Dicht bij het water staan enkele naaldbomen die in de herfst verkleuren. De frisgroene naalden van deze uit het zuiden van de V.S. afkomstige boom worden eerst bruin en vallen tenslotte af. De boom gaat kaal de winter in. Het is een boom die zich in moerassige streken goed thuis voelt. In de drassige bodem maken ze sterk gespreide wortels met vlezige bovengrondse verdikkingen. Met behulp van deze eerst op latere leeftijd zichtbare kniewortels kunnen ze adem halen. Deze snelgroeiende bomen kunnen wel 35 meter hoog en 400 – 500 jaar oud worden.

Elzen

Ooit was het gebied waarin wij wonen bedekt met een ondoordringbaar elzenmoerasbos. Want op drassige ondergrond gedijt een els goed. Misschien dat elzehout daarom zo goed tegen water bestand is. De els is gemakkelijk te herkennen aan de vrouwelijke katjes of elzeproppen. We zien drie generaties aan de zelfde boom. De oudste zijn bruin en het zaad is er tussen uitgevallen. De jongere die in de zomer zijn gevormd en pas het komende voorjaar rijpen en vervolgens de allerjongste generatie die nog twee jaar voor de boeg heeft. De hangende mannelijke katjes ontwikkelen zich pas in het voorjaar.

Wintergasten

In de herfst komen veel vogels naar ons land die in noordelijker of oostelijker gelegen gebieden heb- ben gebroed. In elzenbossen zijn soms zwermen sijsjes te zien, geelgroene vogeltjes die aan elzenproppen hangen en daar de gevleugelde nootjes uit peuteren. Sijsjes maken een kweb- belend geluid. Waar sijsjes zaad uit elzenproppen peuteren zijn ook vaak vinken te zien. Ze pikken het elzenzaad op dat de sijsjes morsen.

8. Herinneringen op een bankje

Als het weer het toelaat ga dan eens even op het bankje onder de kastanjeboom zitten. (Gezien hoe prachtig het bladgroen zich terug trekt naar de nerven van het kastanjeblad?) Hier is het genieten van het uitzicht. De scheepvaart op de Noord, links het griend en recht voor u het Nieuwe veer (zo genoemd omdat daar voor de bouw van de Alblasserdamse brug een veer was). Voor 1930 was de kreek de toegang tot de haven vanuit de Noord naar de Ridderkerkse haven. Via een oude rivierarm tussen de polder het Zand en de gorzen (Oude haven genoemd), bereikten de schepen de havenkom die bij de Havenstraat lag.

Deltadijk

Als we richting de griend kijken, zien we bijna de Deltadijk over het hoofd. Sinds 1970 beschermt deze Ridderkerk tegen extreem hoge waterstanden. In februari 1953 liepen de polders “het Zand” en “Donkersloot” geheel vol. Het water liep op enkele plaatsen over de Ringdijk en de Molendijk, maar een doorbraak kon nog worden voorkomen. Na jaren van plannen maken werd in 1966 de plaats van de huidige Deltadijk gekozen, dwars door de Nieuwe Bouwpolder en de Nieuwe Gorzen. De Deltadijk bestaat uit een kern van opgespoten zand, welke is bekleed met een circa 1 meter dikke laag klei. Deze klei is in de omgeving weggegraven. Daardoor is het Gorzenmeertje dat aan de andere kant van de dijk ligt is ontstaan.

Geschubde inktzwam

Geschubde inktzwam

Op verschillende plaatsen op de puinberg verschijnen deze soms wel 15 cm grote paddenstoelen. De geschubde inktzwam is een van de meest voorkomende paddenstoelen. Deze groeit op voedselrijke gronden vaak op plekken waar grond is vergraven. De sneeuwwitte vlokkige hoed met lichtbruine top is langwerpig klokvormig. Al na een dag spreidt de hoed zich uit, waarbij hij langs de rand scheurt en tegelijk vanaf de rand vloeibaar wordt, De hele hoed, behalve het uiterste topje, vergaat tot inkt, die langs de eerst smetteloze witte steel naar beneden kruipt.

Kardinaalsmuts

 

Uitzonderlijk: bloem en vrucht!

 

In het najaar zien we op verschillende plaatsen de kardinaalsmuts getooid met opvallende karmijnrode vruchtjes. Die hebben de vorm van een hoed van een kardinaal. Als ze rijp zijn springen de vruchten open en komen in oranje vruchtvlees verpakte zaden te voorschijn, die aan witte draadjes hangen. Roodborstjes eten die zaden graag. Als in de winter het voedsel schaars wordt knagen de konijnen de schors van de stammetjes af. Toch lopen ze telkens opnieuw uit.

Konijnen

Behalve konijnen zult u boven op de puinberg ook veel konijnenkeutels vinden. Met geurende keutels bakenen konijnen het territorium van de familie af. Het sterkste mannetje heeft de beste plek en verschillende vrouwtjes. Deze plaats wordt tegen andere groepen konijnen verdedigd. Maar als een konijn onraad bespeurt, stampt deze met de achterpoten op de grond en alle konijnen zijn gealarmeerd en vluchten in de holen. Daarom leven ze toch graag bij elkaar in de buurt.

9. Voormalige speelvijver

Het verschil van deze vijver met de andere plassen in het Gorzenpark is dat deze een zanderige bodem heeft. Er zijn veel kleine verschillen aanwezig waardoor veel soorten planten die elk een andere voedselrijkdom waarderen naast elkaar kunnen bestaan. Vergelijk maar eens met de andere plassen, waar door voedselrijkdom minder soorten staan die zo groot worden dat ze de meer kwetsbare planten verdrongen hebben. Raar he, weinig voedsel betekent veel soorten!

Watermunt (bloei: juli – oktober)

Een plant gemakkelijk herkenbaar aan de pepermunt geur die vrijkomt als het eironde blad gekneusd wordt. De plant is circa een halve meter hoog en bloeit van de zomer tot ver in de herfst met paars/blauwe bloemen, die veel vlinders trekken. De plant staat altijd in het water dicht bij de oever. Vaak staat het tussen wat steviger oeverplanten als lisdodde, rietgras, mattenbies en zeebies, planten die hier ook groeien.

Meerkoet

Hier maar ook op andere plassen van het Gorzenpark kunnen we regelmatig de meerkoet aantreffen. Deze zwarte zwem- vogel met een witte bles is wat minder schuw dan het waterhoentje. Het is een van de soorten die zich steeds meer in de nabijheid van de mens is gaan vestigen. Maar als het gaat winteren trekken de meerkoeten zich in grote aantallen terug op de dijken langs de grotere wateren. Zoals de Deltadijk bij het Ridderkerkse griend.

10. Hazelaar en zijn noten

Als langs de bosrand kijkt ziet u ongetwijfeld hazelaars

Niet alleen in dit deel van het park staan hazelaars. De hazelaar is een grote struik, herkenbaar aan de vele lange takken die op een zelfde plaats uit de grond komen. Al sinds de prehistorie is ze een goede bekende van de mens. Mensen hadden dit hout nodig voor wapens zoals speren, brandhout, dakbedekking, visfuiken. Jonge takken werden als vlechtwerk voor hutten gebruikt. Een Y-vormige tak diende als wichelroede om magnetische velden en water op te sporen. In de middeleeuwen trachtte men met behulp van een wichelroede zelfs boeven te vangen. Begin september laten de hazelaars hun noten vallen. Veel mensen hebben ontdekt dat de noten goed eetbaar zijn. Ze hebben enige tijd nodig om te rijpen. Toch is het eten van noten die op een oude stort zijn gegroeid niet aan te raden. Ook veel dieren zijn gek op hazelnoten. Bosmuizen verzamelen ze als wintervoorraad. De boomklever klemt een noot in een schorsspleet en hakt hem met zijn stevige snavel open om bij het binnenste te komen. Een deel van de noten wordt gemorst en maakt zodoende kans op een andere plek te ontkiemen.

Waarom de bladeren vallen

In de herfst zien we overal de bladeren naar beneden dwarrelen. Waarom gebeurt dat? Bladeren verdampen veel vocht.. Dat is nodig om de sapstroom, waarmee voedsel door de boom vervoerd wordt, op gang te houden. Maar als het kouder wordt nemen de wortels bijna geen water meer op en staat de sapstroom haast stil. Als het blad zou doorgaan met vocht verdampen, dan zouden de bomen uitdrogen. Uit voorzorg laten ze daarom hun loof vallen. Soms verkleuren de bladeren eerst nog prachtig voordat de boom ze laat vallen. Dat komt omdat de boom het kostbare bladgroen terug trekt en opslaat en slechts een blad vol afvalstoffen laat vallen.

Tak met bladeren

Hier en daar is vast wel een tak met gedroogde bladeren te vinden. U zult merken dat deze bladeren vast aan de tak zitten. Hoe kan dat nu? Als de dagen gaan korten vormt zich een kurklaagje tussen tak en blad. Als het blad van de boom valt, is de tak door een kurklaagje beschermt tegen schimmels en infecties. De gevonden tak is afgewaaid voordat dit kurklaagje gevormd werd.

11. Moerasgebied

Als we er omheen wandelen valt ons een grote verscheidenheid aan struiken op. In het voorjaar trekt de geurige bloemenzee vele insecten aan, die voor de bestuiving zorgen.
In het najaar is een grote oogst aan prachtig gekleurde bessen en noten het gevolg. Het is dan ook een waar paradijs voor veel soorten vogels. Door de dichte begroeiing bieden de bosjes het hele jaar beschutting aan vele vogels.

Vogels

Rondom het moerasgebied staan veel struiken.
Op een zonnige dag hoort u vast allerlei kleine piepgeluidjes. Met deze roepjes houden vogels contact met elkaar.
Als u even blijft staan, ziet u vast groepjes mezen, vinken, sijsjes of groenlingen door de struiken scharrelen op zoek naar iets eetbaars.
De bessen van de vlier en de meidoorn zijn in de vroege herfst al opgegeten. De opvallend rood gekleurde bessen van de gelderse roos worden gemeden tot het andere voedsel op is. Ook zijn ze op zoek naar spinne-eitjes, rupsen of insekten.
Als u zich onopvallend gedraagt en doet of u ze niet ziet, dan laten ze zich goed bekijken.

Kornoelje

Het krentenboompje en de kardinaalsmuts vertonen in de herfst prachtige rode herfstkleuren. Maar de onopvallende kornoelje struik waarvan de bladeren groen blijven tot ze afvallen is toch eenvoudig te herkennen. Het zijn niet de zwarte bessen waarop je moet letten. Maar het blad met evenwijdige nerven die lopen van de bladvoet naar de top. En dan nu een truc waarvan je hele familie verbaasd zal staan. Als je het blad voorzichtig tussen duim en wijsvinger neemt en voorzichtig doormidden scheurt blijft het door het kleverige vocht uit de nerf, hoewel door midden gedeeld, als draadjes aan elkaar hangen!

Knotwilg

Dit rijtje knotwilgen herinnert ons er aan dat deze vroeger zo algemeen voorkomen- de boom bijna van het eiland IJsselmonde verdwenen is. Knotwilgen zijn een menselijke uitvinding. Door de wilg op een bepaalde hoogte af te zagen ontstaat een nieuwe takkenpruik. Om de 3 – 5 jaar wordt de takkenpruik er gekapt en daarna begint het groeiproces van voren af aan. Na vele jaren ontstaat zo de brede knoestige kruin en de veelal holle stam. Bovenin zo’n knot kunnen weer verschillende planten leven. Men heeft in oude wilgen zo’n 135 soorten planten geteld. De gaten en holten van een oude knotwilg vormen een prima broedplaats voor o.a. steenuil, ringmus en mezen.

Picknickplaats

Bijna aan het einde van de wandeling staat een picknickplaats onder een prachtige els vol met zwarte zaadproppen.
Op dit punt heeft u een mooi uitzicht over het moerasgebied.

Als U een poosje rustig blijft zitten wordt u soms verrast door het verschijnen van dieren die zich bij uw benadering verstopt hebben. Ze zijn uw komst dan al weer vergeten en gaan gewoon weer aan het voedsel zoeken.

Parkeerplaats

We eindigen de wandeling bij de parkeerplaats.

Helaas is ook aan deze wandeling een eind gekomen. We hopen dat deze wandeling u aanzet dit gebied regelmatig te bezoeken. Iedere periode is er weer wat anders te ontdekken. Mocht u de wandeling met dit gidsje goed zijn bevallen dan zal het u zeker interesseren dat voor elk seizoen zo’n wandeling voor handen is.