Er op uit om te vogelen

April is de maand bij uitstek om ‘met een luisterend oor’ het veld in te gaan.

Peter de Barse

Blauwborst foto M.v.d.Hee

Diverse mannetjesvogels zingen hun hele repertoire om hun territorium zeker te stellen en om vrouwtjes te lokken. Het mooie daaraan is dat ze hun prachtzang in het gehele gebied willen laten horen en daarom hoog op een tak of in een riethalm een uitgebreide voorstelling geven. Vogeltjes die doorgaans een verscholen leventje leiden zijn nu prachtig zichtbaar. Aan te raden is een verrekijker mee te nemen om de details goed waar te kunnen nemen. De grens van land en water, waar zowel riet als geboomte aanwezig zijn, vormt een goed observatiepunt. U kunt er in het voorjaar onder andere de volgende vogels aantreffen:

Het winterkoninkje (ook wel ‘Klein Jantje’ genoemd) in de wilgen. Let op zijn zang die herkenbaar is door de stevige triller aan het eind; ongelooflijk luid voor zo’n klein vogeltje. Probeer hem daarbij in beeld te krijgen en U zult zien dat het gehele lijfje meedoet. De blauwborst, zie je zowel in het riet als in de wilgen. Met zijn schitterende kleuren is het een van onze mooiste zangvogels. De helderblauwe borst (in ons land meestal met een wit plekje erin) en daaronder een prachtig randje rood-bruin dat in de staart terugkomt. Hij heeft net zo’n fraaie zang als het ‘Klein Jantje’. En let ook eens op de vlucht die hij tussen de liedjes door maakt. Hij stijgt dan met snelle vleugelslagen op om als ‘een veldleeuwerik in de leer’ een eind verderop neer te ploffen. Deze vogel heeft een verre reis uit het zuiden achter de rug en is half april weer gearriveerd. De koolmezen kent u vast en zeker al uit uw tuin; ze zingen verbazend veel verschillende deuntjes. De pimpelmeesjes heb ik bij het Gorzenmeer eens aan de riethalmen zien bungelen. Als u een sterk ‘tsie-tsie-tsie’hoort is dat de zang van de matkop en niet van de daarop sterk gelijkende glanskop. Het onderscheid tussen deze twee mezensoorten is overigens pas zo’n honderd jaar geleden ontdekt! De scholeksters, de ‘Bonte Pieten’, zijn bezig de binnenlanden te veroveren. Van mij mogen ze; wat een schitterende felle vogels. Enkele jaren geleden heb ik in het Gorzengebied een paartje met succes vier jongen groot zien brengen.

Rietgors, foto D. v.d. Spoel

De rietgorzen kun je wel als ‘de mussen van het riet’ beschouwen. Vooral de zwarte kopjes van de mannetjes zijn een lust voor het oog. Let op de krassende tonen van de karekiet. Je hoort hem wel maar ziet hem niet. Hij maakt zijn nestje verscholen tussen het riet hangende aan een paar rietstengels. Eind april kun je voor het eerst weer tientallen boerenzwaluwen boven het Gorzenmeertje op insecten zien jagen. Hun vliegkunst is onnavolgbaar. Hun verschijnen geeft je weer een zomergevoel.