Een vogelles in het Donckse Bos

Aart van Dragt

Narcissen in ‘t park

Het was de eerste zondagmiddag in april, onder de nog kale bomen zijn de struiken al groen uitgelopen. Hier en daar zijn de dikke knoppen van de kastanje al open gesprongen en als een krans hangen de nog slappe blaadjes rond het prille kaarsje. Op het gazon achter het huis; bloeiende narcissen rond de stralende zonnewijzer. Aan de voet van de bijna 300 honderd jaar geleden vorm gegeven heroïsche worsteling van twee Griekse halfgoden pronken de eerste keizerskronen.

Het voorjaar is los gebroken. Aan de Herensloot staat als een dissonant tussen de talloze zachte gele stengelloze sleutelbloemen een enkele rose primula. Ook het maarts viooltje is hier van de partij. De gulden boterbloem bloeit al maar de gevulde bosanemoon laat haar hoofdjes nog hangen, ze is altijd iets later als haar wilde soortgenoot die niet op het landgoed groeit. Boven mijn hoofd klinken geluiden van de tjiftjaf, fitis en boomkruiper. Wat verder weg klinkt het lachende geluid van de groene specht. Dat is het moment dat ik op mijn rondje een vogelaar van de vogelwerkgroep van onze vereniging tegen het lijf loop. Met een telescoop speurt hij al drie uur rond in het park. Even later verneem ik dat de reigers al zestig nesten bezet hebben en de eerste jongen waren al uitgevlogen. Na het praatje besluit hij mij in te wijden in de vogelwereld van het Donckse bos.

IJsvogel Foto Jan Tuin

Kijk daar vliegt een ijsvogel. Een flits en een schrille kreet en weg was het vogeltje. Wist je dat hij hier nestelt? Natuurlijk wist ik het niet. Na de belofte het geheim te houden liet hij mij de plek zien. Verscholen achter struiken aan de rand van de vijver was een nestelgang gegraven in de wortelkluit van een omgevallen eik. Een paar schijtstrepen onder de opening markeerden de goed verscholen ingang. Na enig wachten kwam met een kreet een ijsvogel aan flitsen. Op een eiland in de zelfde vijver broedde een voor Ridderkerk nieuwe broedvogel. Het was een grauwe gans! Van dichtbij keken we even toe, terwijl de grote vogel zich angstvallig klein probeerde te maken. Daarom liepen we maar vlug door. Even later werd mij de nestboom van een groene specht getoond. Als er straks jongen zijn, kun je er op korte afstand staan wachten op het af en aan vliegen van deze mooie vogel, werd mij verzekerd. In gedachten zat ik al met de kijker in aanslag.

foto D. v.d. Spoel: Bosuil

Een stukje verder zag ik in de telescoop een zonnende bosuil zitten. Ik kreeg een knipoog terug. Levensgroot in de telescoop maar hoe ik ook speurde in de met klimop begroeide boom kon ik hem met het blote oog niet vinden. Hier komen we op terug, dacht ik toen ik op weg was naar een volgend hoogtepunt. Even later stond ik voor een nest staartmezen. De vogels trokken zich niets van ons aan en vlogen af en aan. In een half uurtje had ik meer vogels van het voor mij verborgen leven geobserveerd dan ik in maanden wandelen door het Donkse Bos had gezien.

Ik kan u raden, hou de leden van de vogelwerkgroep te vriend en zorg dat u een wandelkaart van het bos krijgt.
Zo komt u aan een wandelkaart voor het Donckse Bos.