Ook de gids had een leuke avond

door Aart van Dragt

Op een kursus moest een iedere deelnemer een verhaal over zijn hobby vertellen. Hier volgt mijn relaas.

Het weer was goed en die avond staat een excursie in de Ridderkerkse griend op het programma. Vol goede moed fiets ik met mijn laarzen al aan naar de Ridderkerkse haven.

Op donderdag had een stukje in de Combinatie gestaan om belangstellenden opmerkzaam maken op deze excursie. Omdat je op zo’n wandeling in de griend niet zoveel mensen kunt hebben ivm de smalle paadjes, had ik een echte jungletocht aangekondigd met de nadruk op het vereisen van een goede conditie en aangepast schoeisel. Als ik tien minuten voor tijd de haven nader zie ik al enkele belangstellenden wachten. Dat belooft wat. Velen zijn uitgerust met korte broek, T-shirt en witte gympen. De muggen hebben zich vol overgave op al dat bloots gestort. Molenwiekend probeert men de lastposten van zich af te slaan. Mijn deskundige opmerking; “dat alleen de vrouwtjes maar steken om straks eitjes te kunnen leggen en de mannetjes dus ongemoeid kunnen worden gelaten “ heeft weinig uitwerking.

Als we even na zevenen in een lange rij de zomerkade oplopen, is de menigte aangezwollen tot veertig personen. Kinderen zijn ons vooruit gesneld en hebben alle vogels op het Meer der Stilte al opgejaagd. Halverwege de zomerkade gaan we over een hoge smalle brug die een diepe sloot overspant. Hierbij blijkt menigeen een handje geholpen te moeten ivm hoogtevrees. Een enkeling steekt op handen en voeten over.

Spindotters

Het pad is modderig, met flinke sprongen proberen de jongelui hun witte gympen schoon te houden. Een hoge gil klinkt en even later meldt zich al hinkende een modieus geklede dame, die zegt dat ze het voorgezien houdt. In haar hand houdt ze een bemodderde schoen met naaldhakken. Deze was blijven steken in de modder. Wij gaan verder, ondertussen stijgt het water in de sloten, het wordt vloed. Op een driesprong houd ik halt en laat een deel van de mensen op het smalle pad voorbij gaan, wat zo eenvoudig nog niet is. Wijzend op een groene plant aan de slootkant vertel ik over het verschil tussen een dovenetel en een brandnetel. Een brandnetel heeft brandharen en een dovenetel niet. Terwijl ik de plant vastgrijp vertel ik dat dit dus een dovenetel is. Gelijktijdig voel ik dat de plant het daarmee niet eens is. Wil ik anders in zo’n grote groep een plantje nog wel eens door laten geven, ditmaal besluit ik dat maar na te laten. Snel ga ik over tot de grote zeldzaamheid die ik in elke excursie laat zien. Want de excursiedeelnemers willen die avond thuis toch kunnen vertellen dat ze iets heel bijzonders hebben gezien.

Dit maal is het een spindotter, een plant die alleen in het deltagebied en nergens anders op de wereld voorkomt. Een plant die zichzelf stekt. Velen kijken nu toch anders naar dit lid van de familie van de boterbloem. Daarna trekken we verder. Een paar kinderen komen terug hollen omdat ze dachten dat we een andere kant waren opgelopen. Van deze gelegenheid maak ik gebruik om te vertellen wat de griendwerkers zoal aten. Hier betrek ik de kinderen bij. Ik wijs op een plantje dat de dagelijkse pot moest kruiden. Daarbij pluk ik een blaadje van een miezerig plantje langs de oever. Ik zoek iemand die het plantje eens wil proeven. Het brutaalste jongetje uit de groep vraag ik of hij het aandurft. Natuurlijk wil hij met zoveel belangstelling niet nee te zeggen. Je moet even het blaadje doorbijten en daarna op het puntje van zijn tong leggen, zeg ik. Het duurt even maar dan slaakt hij een kreet omdat zijn tong in brand staat. Die goede oude waterpeper doet het nog steeds. Het slachtoffer wordt van pepermunt en kauwgom voorzien om de binnenbrand te blussen.

Bijna bij het einde van het griend gekomen staat, zoals ik had voorzien, het laatste stuk van het pad geheel onder water. Manmoedig ga ik met mijn laarzen voorop. De een na de ander schuifelt achter mij aan. Langzaam komt het water langs de enkels omhoog.. Een snelle jongen tracht met grote sprongen iedereen te passeren en door de snelheid zijn voeten droog te houden. De schuifelaars worden flink bespat en de jongen maakt bij zijn laatste sprong een sliding. Glibberend valt hij alsnog op zijn gat midden in de modder. Dit veroorzaakt bij de anderen weer een schaterlach. En zo had ook de gids weer een leuke avond.