Het Gorzenpark, een Engels landschapspark: 2.5 km

Gepubliceerd 2021-07-29

Het Gorzenpark lijkt wel een Engels landschapspark zoals in de tweede helft van de 18e eeuw op vele buitenplaatsen werd aangelegd. Het park van Huys ten Donk is daar een prachtig voorbeeld van.
Daar werd rond 1765 een deel van het polderlandschap over een periode van een kleine vijftig jaar herschapen in een parkbos met vijvers en een poldersloot werd vergraven tot een bochtige beek. Over slingerende paden loop je naar een uitkijkpunt en kom je hier en daar langs een bijzondere boom. Dat geldt ook voor het 200 jaar later ontstane Gorzenpark. De metamorfose van polder tot het huidige park duurde eveneens een kleine vijftig jaar. De opgeworpen heuvels en waterpartijen zijn groter en hoger. Maar ook hier ga je over slingerende paden naar een uitzichtpunt en staat hier en daar een bijzondere boom. We zullen hier drie van die exotische bomen bespreken.

De eerste soort die we tegenkomen staat op de heuvel met uitzicht op de Zandplassen. Het is de Valse Acacia (Robinia pseudoacacia). Een snel groeiende boom uit Noord-Amerika. De boom doet het ook goed in een stedelijke omgeving. In het oosten van Europa zijn ze veel aangeplant voor de houtproductie. Het hout is zeer waardevol en kent vele toepassingen. Helaas zaait de boom zich vaak uit in de omgeving. De Valse Acacia heeft vooral op jonge leeftijd opvallende doorns. Dat heeft de boom  om te voorkomen dat de jonge malse scheuten door hongerige dieren worden opgegeten.

De tweede exoot die we tegen komen is de Moerascipres (Taxodium distichum).
Langs het water aan de voet van de puinberg staat een Moerascipres met ‘luchtwortels’. Deze bladverliezen conifeer komt van nature voor in het moerassige deltagebied van de Mississippi in het zuiden van Amerika, waar ze bij vloed in het water staan. Omdat de wortels op die manier niet aan voldoende lucht kunnen krijgen, ontwikkelt deze boom wortelachtige uitsteeksels die boven het water uitkomen. Kijk maar eens onder de boom.

De derde boom is de bekende Witte Paardenkastanje (Aesculus hippocastanum). Op een bankje onder de paardenkastanje is het genieten van het uitzicht op het natte natuurgebied de Crezéepolder.

De witte paardenkastanje is geen inheemse soort. De boom komt oorspronkelijk uit het zuidoosten; de Balkan, van Anatolië tot China. Het verhaal gaat dat in de 12e eeuw de kruisridders zich afvroegen hoe de Mongoolse vorst het voor elkaar kreeg zijn rijk enorm uit te breiden van China tot aan de Donau. Het was in oppervlakte het grootste rijk uit de wereldgeschiedenis.
Zijn troepen verplaatsten zich op kleine Mongoolse paarden die bekend staan om uit hun enorme uithoudingsvermogen, ze kunnen wel 100 km per dag afleggen. Iets waarover de kruisridders zich erg verbaasden.

De mare ging dat dit kwam omdat de paarden van de Mongoolse ruiters het meel van gemalen vruchten van de kastanje door hun voedsel kregen. Een aanwijzing dat een kastanje goed zou zijn voor het paard vond men in het hoefvormige ‘litteken’ dat op de tak van een paardenkastanje is te vinden. We zien zelfs de ‘nageltjes’ waarmee het hoefijzer  aan de hoef is vastgezet . Op de plaats van het  ‘litteken’ was het verdwenen blad aan de tak was gehecht. De ‘nagels’ waren de aders waarmee het blad werd gevoed.

In Ridderkerk zijn helaas veel kastanjers aangetast door de kastanjebloedingsziekte. Er is nog geen afdoende remedie tegen gevonden. De gemeente is dan ook zeer terughoudend met de aanplant van nieuwe kastanjebomen.

De wandeling start vanaf de parkeerplaats Gorzenweg 5 te Ridderkerk en is 2.5 km lang.