Voorjaar in het Donckse Bos

21 maart.

Aart van Dragt

Ook volgens onze kalender is het nu voorjaar.
Wie de afgelopen week buiten rond keek zag al dat de natuur niet op de kalender kon wachten. Langs de singels groenen de treurwilgen, de populieren aan de overzijde krijgen een paarse gloed. Ik zie dat de prachtige gekleurde paarsrode katjes aan het uitlopen zijn. Aan de knoppen van krentenboompje in mijn tuin zie ik dat het een kwestie van dagen is of hij gaat bloeien. Ook in het Donckse bos is een verandering waar te nemen. De sneeuwklokjes en de winterakonieten hebben plaats gemaakt voor krokussen en narcissen. De stengeloze sleutelbloemen, een primulasoort, nabij de Herensloot staan alweer weken te bloeien.

Bosanemonen

 

Het voorjaar in het bos begint in op de bosbodem. De meeste bosplanten bloeien in het vroege voorjaar (febr. – mei) en vormen hun zaden, voordat de bomen en struiken hun schaduwen werpen. Daarna verdorren ze, zoals winterakonieten, bosanemonen en het speenkruid.

Daarna volgen de struiken. De meidoorn toont hier en daar al haar frisse groene blaadjes. Aan de vlier zie ik de eerste paars getinte blaadjes verschijnen, een kleur die veroorzaakt worden door een soort antivries dat de knoppen moest beschermen tegen de kou. Na ongeveer een week zullen de blaadjes gewoon groen kleuren.

De meeste bomen geven nog geen levensteken. Toch is er onderhuids veel gaande. Door het stijgen van de temperatuur en omdat de grond langzaam opwarmt neemt de druk van de sapstroom in de wortels toe. Door de vaten in het spinthout wordt dit vocht via de takken naar de knoppen gezonden. Langzaam beginnen de knoppen te schuiven.

Hoe gaat dit vochttransport? Een boom heeft geen hart of daarmee vergelijkend pompmechanisme. Toch moeten, m.n. in de zomer, dagelijks honderden liters vocht een flinke afstand afleggen. (Dit gaat soms met hoge snelheden van 20 meter of meer per uur.) Het antwoord is osmose. Als een soort membraan geeft een celletje het water aan het volgende celletje door. Cellen in de wortelharen bevatten opgeloste suikers en zouten. Dit zuigt water aan. Het water dringt uit de omliggende grond het wortelhaar binnen, om de druk binnen en buiten de cel gelijk te maken. Door de verhoogde vloeistofdruk in het wortelhaar wordt het water cel na cel opwaarts gestuwd. Op deze wijze reist het door de wortels en stam naar de boomtop waar de blaadjes, kant en klaar opgevouwen in bladknoppen, klaar staan om zich te ontplooien. Dan kan het gevecht beginnen om de meeste zonne-energie op te vangen.

Wie door een oud bos als het Donckse bos wandelt kan deze enorme strijd om een straaltje zonlicht waarnemen. Bomen in het bos rekken en strekken hun takken naar het levens brengende zonlicht. Een beetje ellebogen werk wordt daarbij niet geschuwd. Een boom in het vrije veld heeft die problemen niet en zal daarom een stevige korte stam en een brede kroon ontwikkelen. Een boom in een donker bos is smal en stakerig. Alle takken die te weinig licht ontvingen heeft hij af gestoten. Slechts de top draagt blaadjes. Hij vecht voor zijn leven met de omringende bomen voor een straaltje licht van zon. Een strijd, die we zolang de bomen nog geen bladeren dragen, goed kunnen waarnemen. Het duurt nog tot in mei voor de meeste bomen bladeren hebben.

Voor een bezoek aan het park van Het Huys ten Donck heeft u een wandelkaart nodig:
Zo komt u aan een wandelkaart voor het Donckse Bos.